Hofuitspraak inzake verlaging boete bij direct invorderbare naheffing vernietigd
Aan iemand zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 1996, 1997, 1998 en 1999, waarbij telkens een boete van 100% van de nageheven belasting is opgelegd. Hij ging tegen de uitspraken op de bezwaarschriften in beroep bij Hof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraken van de Inspecteur. De naheffingsaanslagen over 1996 en 1997 heeft het Hof vernietigd; de naheffingsaanslag over 1998 en de boete zijn verminderd. De naheffingsaanslag over 1999 is gehandhaafd, maar de boete werd verminderd tot 50 %. Het Hof kwam tot vermindering van de boeten, omdat er naar zijn oordeel bij het bepalen van de hoogte daarvan rekening gehouden moet worden met het nadeel, dat de belanghebbende heeft geleden doordat de inspecteur hem niet vooraf heeft geïnformeerd over het voornemen tot opleggen van de naheffingsaanslagen en de boeten. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Er moet worden aangenomen dat de inspecteur ook mét de kennis van gegevens die de belanghebbende hem zou hebben kunnen verschaffen als hij van het voornemen tot het opleggen van de boete op de hoogte was geweest, geen lagere boete zou hebben opgelegd.
Aan iemand zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 1996, 1997, 1998 en 1999, waarbij telkens een boete van 100% van de nageheven belasting is opgelegd. Hij ging tegen de uitspraken op de bezwaarschriften in beroep bij Hof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraken van de Inspecteur. De naheffingsaanslagen over 1996 en 1997 heeft het Hof vernietigd; de naheffingsaanslag over 1998 en de boete zijn verminderd. De naheffingsaanslag over 1999 is gehandhaafd, maar de boete werd verminderd tot 50 %. Het Hof kwam tot vermindering van de boeten, omdat er naar zijn oordeel bij het bepalen van de hoogte daarvan rekening gehouden moet worden met het nadeel, dat de belanghebbende heeft geleden doordat de inspecteur hem niet vooraf heeft geïnformeerd over het voornemen tot opleggen van de naheffingsaanslagen en de boeten. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Er moet worden aangenomen dat de inspecteur ook mét de kennis van gegevens die de belanghebbende hem zou hebben kunnen verschaffen als hij van het voornemen tot het opleggen van de boete op de hoogte was geweest, geen lagere boete zou hebben opgelegd.