Hof vernietigt aanslag fictieve aanmerkelijk belangwinst
In een procedure over het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting bij emigratie over de op dat moment bestaande meerwaarde van aanmerkelijk belangaandelen heeft Hof Arnhem in 2004 enkele vragen van Europees recht voorgelegd aan het Hof van Justitie EG. De procedure had betrekking op een emigratie in 1997 naar Engeland. Volgens de Nederlandse regeling was emigratie aanleiding om de aanmerkelijk belangaandelen als verkocht te beschouwen. Over de fictief genoten winst uit aanmerkelijk belang werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd.
Volgens het Hof van Justitie EG is het in strijd met het EG-verdrag om bij emigratie belasting te heffen over waardeaangroei als voor de verlening van uitstel van betaling zekerheid moet worden gegeven en wanneer met waardeverminderingen na emigratie geen rekening wordt gehouden. Belangrijk is dat een eventuele belemmering van het vrije verkeer als het eisen van zekerheid niet met terugwerkende kracht kan worden opgeheven door de zekerheid vrij te geven. Hof Arnhem moest vervolgens de zaak afhandelen met inachtneming van de antwoorden die het Hof van Justitie EG had gegeven op de gestelde vragen.
Het Nederlandse heffingssysteem hield in 1997 in dat belasting werd geheven over de aangroei van de waarde van aanmerkelijk belangaandelen. Voor de opgelegde aanslag kon slechts uitstel van betaling worden verkregen door het stellen van zekerheid. Het later laten vervallen van die eis nam de belemmering van het vrije verkeer niet weg.
Het Nederlandse systeem hield slechts indirect rekening met waardeverminderingen na de emigratie. Naar het oordeel van Hof Arnhem had het Nederlandse systeem op het moment van vertrek moeten voorzien in de mogelijkheid van verlaging of kwijtschelding van de aanslag bij een opgetreden waardevermindering, voor zover daarmee geen rekening gehouden werd in het nieuwe woonland.
Hof Arnhem was van oordeel dat het Nederlandse systeem in 1997 in strijd was met het gemeenschapsrecht. Dat oordeel leidde tot vernietiging van de opgelegde aanslag voor zover deze betrekking had op de winst uit aanmerkelijk belang. Het Hof wees het standpunt van de inspecteur, dat alleen de verplichte zekerheidstelling moest worden geƫlimineerd en dat de aanslag zelf in stand kon blijven, af.
Voor de goede orde wijzen wij erop dat de emigratieheffing inmiddels in overeenstemming is gebracht met de rechtspraak van het Hof van Justitie EG. Voor uitstel van betaling van een zogenaamde conserverende aanslag hoeft de emigrant geen zekerheid meer te stellen. Dit geldt echter alleen bij emigratie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Ook wordt rekening gehouden met eventuele waardedalingen van aanmerkelijk belangaandelen gedurende een periode van 10 jaar na emigratie.
In een procedure over het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting bij emigratie over de op dat moment bestaande meerwaarde van aanmerkelijk belangaandelen heeft Hof Arnhem in 2004 enkele vragen van Europees recht voorgelegd aan het Hof van Justitie EG. De procedure had betrekking op een emigratie in 1997 naar Engeland. Volgens de Nederlandse regeling was emigratie aanleiding om de aanmerkelijk belangaandelen als verkocht te beschouwen. Over de fictief genoten winst uit aanmerkelijk belang werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd.
Volgens het Hof van Justitie EG is het in strijd met het EG-verdrag om bij emigratie belasting te heffen over waardeaangroei als voor de verlening van uitstel van betaling zekerheid moet worden gegeven en wanneer met waardeverminderingen na emigratie geen rekening wordt gehouden. Belangrijk is dat een eventuele belemmering van het vrije verkeer als het eisen van zekerheid niet met terugwerkende kracht kan worden opgeheven door de zekerheid vrij te geven. Hof Arnhem moest vervolgens de zaak afhandelen met inachtneming van de antwoorden die het Hof van Justitie EG had gegeven op de gestelde vragen.
Het Nederlandse heffingssysteem hield in 1997 in dat belasting werd geheven over de aangroei van de waarde van aanmerkelijk belangaandelen. Voor de opgelegde aanslag kon slechts uitstel van betaling worden verkregen door het stellen van zekerheid. Het later laten vervallen van die eis nam de belemmering van het vrije verkeer niet weg.
Het Nederlandse systeem hield slechts indirect rekening met waardeverminderingen na de emigratie. Naar het oordeel van Hof Arnhem had het Nederlandse systeem op het moment van vertrek moeten voorzien in de mogelijkheid van verlaging of kwijtschelding van de aanslag bij een opgetreden waardevermindering, voor zover daarmee geen rekening gehouden werd in het nieuwe woonland.
Hof Arnhem was van oordeel dat het Nederlandse systeem in 1997 in strijd was met het gemeenschapsrecht. Dat oordeel leidde tot vernietiging van de opgelegde aanslag voor zover deze betrekking had op de winst uit aanmerkelijk belang. Het Hof wees het standpunt van de inspecteur, dat alleen de verplichte zekerheidstelling moest worden geƫlimineerd en dat de aanslag zelf in stand kon blijven, af.
Voor de goede orde wijzen wij erop dat de emigratieheffing inmiddels in overeenstemming is gebracht met de rechtspraak van het Hof van Justitie EG. Voor uitstel van betaling van een zogenaamde conserverende aanslag hoeft de emigrant geen zekerheid meer te stellen. Dit geldt echter alleen bij emigratie binnen de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Ook wordt rekening gehouden met eventuele waardedalingen van aanmerkelijk belangaandelen gedurende een periode van 10 jaar na emigratie.