Hof verlaagt voorziening toekomstige inruilkorting
Een procedure over een aanslag vennootschapsbelasting van een detailhandel in witgoed omvat een drietal punten van geschil. Eerste geschilpunt betreft de bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag. Een aantal werkzaamheden met betrekking tot de vaststelling van de aanslag werd uitgevoerd door personen, die geen mandaat hadden tot het vaststellen van de aanslag. Het Hof is van oordeel, dat nu uit de aanslag niet blijkt, door wie deze is vastgesteld, verondersteld moet worden, dat dit door het hoofd van de afdeling is gedaan. Het hoofd was daartoe bevoegd. Daarnaast is in geschil de hoogte van de voorziening, die de vennootschap heeft getroffen voor in de toekomst te verlenen kortingen. Bij aankoop van goederen geeft de vennootschap inruilcertificaten uit. De koper kan, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, op grond daarvan te zijner tijd het goed inruilen en korting krijgen op de nieuwe aanschaf. Volgens het Hof heeft de inspecteur terecht berekend, dat de omvang van de te verstrekken kortingen lager is dan door de vennootschap is berekend en dat, gezien de voorwaarden, verwacht moet worden, dat aanzienlijk minder mensen van de regeling gebruik zullen maken. De vennootschap voert tegen dat standpunt onvoldoende aan. Voorts heeft de vennootschap een reserve assurantie eigen risico gevormd voor de loondoorbetaling bij ziekte van de directeur en voor het eigen risico op het wagenpark. In 1994 was geen sprake van een wettelijke verplichting tot loondoorbetaling. Niet is gebleken, dat de vennootschap zich tot doorbetaling heeft verplicht. Evenmin heeft de vennootschap aangetoond, dat het risico in belangrijke mate wordt verzekerd. Daarom kan voor het risico van loondoorbetaling geen reserve worden gevormd. Voor het wagenparkrisico kan dit wel.
Een procedure over een aanslag vennootschapsbelasting van een detailhandel in witgoed omvat een drietal punten van geschil. Eerste geschilpunt betreft de bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag. Een aantal werkzaamheden met betrekking tot de vaststelling van de aanslag werd uitgevoerd door personen, die geen mandaat hadden tot het vaststellen van de aanslag. Het Hof is van oordeel, dat nu uit de aanslag niet blijkt, door wie deze is vastgesteld, verondersteld moet worden, dat dit door het hoofd van de afdeling is gedaan. Het hoofd was daartoe bevoegd. Daarnaast is in geschil de hoogte van de voorziening, die de vennootschap heeft getroffen voor in de toekomst te verlenen kortingen. Bij aankoop van goederen geeft de vennootschap inruilcertificaten uit. De koper kan, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, op grond daarvan te zijner tijd het goed inruilen en korting krijgen op de nieuwe aanschaf. Volgens het Hof heeft de inspecteur terecht berekend, dat de omvang van de te verstrekken kortingen lager is dan door de vennootschap is berekend en dat, gezien de voorwaarden, verwacht moet worden, dat aanzienlijk minder mensen van de regeling gebruik zullen maken. De vennootschap voert tegen dat standpunt onvoldoende aan. Voorts heeft de vennootschap een reserve assurantie eigen risico gevormd voor de loondoorbetaling bij ziekte van de directeur en voor het eigen risico op het wagenpark. In 1994 was geen sprake van een wettelijke verplichting tot loondoorbetaling. Niet is gebleken, dat de vennootschap zich tot doorbetaling heeft verplicht. Evenmin heeft de vennootschap aangetoond, dat het risico in belangrijke mate wordt verzekerd. Daarom kan voor het risico van loondoorbetaling geen reserve worden gevormd. Voor het wagenparkrisico kan dit wel.