Hof van Justitie EG geeft uitleg BTW-vrijstelling medische prestaties
De Hoge Raad heeft in een tweetal arresten vragen gesteld aan het Hof van Justitie EG over de uitleg van de vrijstelling van omzetbelasting voor (para)medische prestaties zoals die in de Zesde EG-richtlijn is opgenomen. Volgens het Hof van Justitie EG hebben de lidstaten bij de invulling van die vrijstelling in de nationale wetgeving een zekere mate van beoordelingsvrijheid, omdat de richtlijn geen uitleg geeft van het begrip paramedisch of gezondheidskundige verzorging. Die beoordelingsvrijheid wordt beperkt door de doelstelling van de richtlijn om te garanderen dat de vrijstelling uitsluitend geldt voor diensten verleend door personen die de vereiste beroepskwalificaties bezitten en door het beginsel van fiscale neutraliteit. Het is niet toegestaan om toepassing van de vrijstelling bij een gelijkwaardige kwaliteit van dienstverlening afhankelijk te laten zijn van de kwalificatie van de beroepsbeoefenaar als (para)medicus of van de omschrijving van het paramedische beroep. Het Hof van Justitie EG geeft de opdracht aan de Hoge Raad om te onderzoeken of zich een dergelijk verschil in behandeling voordoet.
De Hoge Raad heeft in een tweetal arresten vragen gesteld aan het Hof van Justitie EG over de uitleg van de vrijstelling van omzetbelasting voor (para)medische prestaties zoals die in de Zesde EG-richtlijn is opgenomen. Volgens het Hof van Justitie EG hebben de lidstaten bij de invulling van die vrijstelling in de nationale wetgeving een zekere mate van beoordelingsvrijheid, omdat de richtlijn geen uitleg geeft van het begrip paramedisch of gezondheidskundige verzorging. Die beoordelingsvrijheid wordt beperkt door de doelstelling van de richtlijn om te garanderen dat de vrijstelling uitsluitend geldt voor diensten verleend door personen die de vereiste beroepskwalificaties bezitten en door het beginsel van fiscale neutraliteit. Het is niet toegestaan om toepassing van de vrijstelling bij een gelijkwaardige kwaliteit van dienstverlening afhankelijk te laten zijn van de kwalificatie van de beroepsbeoefenaar als (para)medicus of van de omschrijving van het paramedische beroep. Het Hof van Justitie EG geeft de opdracht aan de Hoge Raad om te onderzoeken of zich een dergelijk verschil in behandeling voordoet.