Hof stelde WOZ-waarde terecht zelf vast
Een woningbouwvereniging maakte bezwaar tegen 405 WOZ-beschikkingen. De gemeente handhaafde in 289 gevallen de beschikkingen. In 116 gevallen verminderde de gemeente de vastgestelde waarde. De woningbouwvereniging tekende vervolgens tegen 395 uitspraken op bezwaar beroep aan bij Hof Den Haag. Het Hof vernietigde de uitspraken op bezwaar en stelde de waarden van de onroerende zaken nader vast. De gemeente ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad overwoog als volgt. De WOZ-waarde is de prijs die de meestbiedende koper voor de zaak wil betalen. Als de gemeente niet heeft voldaan aan de bewijslast dat de WOZ-waarde op deze wijze is bepaald komt aan de orde of de belanghebbende de door hem verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt. Indien ook dat niet het geval is, kan de rechter de waarde zelf in goede justitie vaststellen. Volgens de Hoge Raad had het Hof zich aan deze volgorde gehouden bij zijn oordeel. Het Hof vond de door de gemeente verdedigde waarde ondanks de onderbouwing daarvan door de evenzeer onderbouwde betwisting van deze waarde door de belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dat gold ook op dezelfde gronden voor de door de belanghebbende verdedigde waarde. Om die reden stelde het Hof vervolgens de WOZ-waarde in goede justitie zelf vast, kennelijk aan de hand van de door partijen in het geding gebrachte bewijsmiddelen. Het Hof was daarbij niet van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan.
Een woningbouwvereniging maakte bezwaar tegen 405 WOZ-beschikkingen. De gemeente handhaafde in 289 gevallen de beschikkingen. In 116 gevallen verminderde de gemeente de vastgestelde waarde. De woningbouwvereniging tekende vervolgens tegen 395 uitspraken op bezwaar beroep aan bij Hof Den Haag. Het Hof vernietigde de uitspraken op bezwaar en stelde de waarden van de onroerende zaken nader vast. De gemeente ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad overwoog als volgt. De WOZ-waarde is de prijs die de meestbiedende koper voor de zaak wil betalen. Als de gemeente niet heeft voldaan aan de bewijslast dat de WOZ-waarde op deze wijze is bepaald komt aan de orde of de belanghebbende de door hem verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt. Indien ook dat niet het geval is, kan de rechter de waarde zelf in goede justitie vaststellen. Volgens de Hoge Raad had het Hof zich aan deze volgorde gehouden bij zijn oordeel. Het Hof vond de door de gemeente verdedigde waarde ondanks de onderbouwing daarvan door de evenzeer onderbouwde betwisting van deze waarde door de belanghebbende onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dat gold ook op dezelfde gronden voor de door de belanghebbende verdedigde waarde. Om die reden stelde het Hof vervolgens de WOZ-waarde in goede justitie zelf vast, kennelijk aan de hand van de door partijen in het geding gebrachte bewijsmiddelen. Het Hof was daarbij niet van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan.