Hof motiveert uitspraak over zetelverplaatsing BV onvoldoende: Hoge Raad verwijst

Een vennootschap vormt met een aantal dochtermaatschappijen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een van de dochters is een pensioen-BV, waarin de pensioenvoorzieningen van de directeuren-aandeelhouders zijn ondergebracht. In de periode van 1993 tot 1996 wordt de directie van de pensioenvennootschap gevormd door twee op de Nederlandse Antillen wonende personen. In geschil is of deze vennootschap in die periode feitelijk is gevestigd op de Nederlandse Antillen of in Nederland. Het belang daarvan is gelegen in de vraag, of het afzien van hun pensioenrechten in 1994 leidt tot in Nederland te belasten winst. Hof Den Bosch was van oordeel, dat de directiewisseling (voor 1993 en met ingang van 1996 was de moedermaatschappij de directeur) een schijnhandeling was. Op grond van dat oordeel was de vennootschap in Nederland gevestigd. Het Hof baseerde zijn oordeel op de stelling, dat de verplaatsing slechts kosten meebracht en alleen fiscale baten opleverde. Verder vond het Hof van belang, dat de adviseur van de vennootschappen wist, dat afzien van pensioenrechten bij een op de Antillen gevestigde vennootschap niet tot belastingheffing zou leiden en dat de vennootschap het advies over de verplaatsing niet wilde afgeven. Volgens de Hoge Raad zegt dat zonder verdere onderbouwing niets over de plaats van vestiging van de vennootschap. Die onderbouwing ontbrak in de Hofuitspraak. Dat gold ook voor de onderbouwing van het oordeel van het Hof, dat de vennootschap zich niet op opgewekt vertrouwen kon beroepen als de inspecteur uitgaat van door de vennootschap gedane onjuiste mededelingen. Het hof gaf niet aan welke mededelingen dat waren. Ook het oordeel van het Hof, dat een salarisverhoging van de DGA’s een winstuitdeling vormde, was niet onderbouwd. De Hofuitspraak is vernietigd; de zaak is verwezen naar Hof Arnhem voor een volledige behandeling.
Een vennootschap vormt met een aantal dochtermaatschappijen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een van de dochters is een pensioen-BV, waarin de pensioenvoorzieningen van de directeuren-aandeelhouders zijn ondergebracht. In de periode van 1993 tot 1996 wordt de directie van de pensioenvennootschap gevormd door twee op de Nederlandse Antillen wonende personen. In geschil is of deze vennootschap in die periode feitelijk is gevestigd op de Nederlandse Antillen of in Nederland. Het belang daarvan is gelegen in de vraag, of het afzien van hun pensioenrechten in 1994 leidt tot in Nederland te belasten winst. Hof Den Bosch was van oordeel, dat de directiewisseling (voor 1993 en met ingang van 1996 was de moedermaatschappij de directeur) een schijnhandeling was. Op grond van dat oordeel was de vennootschap in Nederland gevestigd. Het Hof baseerde zijn oordeel op de stelling, dat de verplaatsing slechts kosten meebracht en alleen fiscale baten opleverde. Verder vond het Hof van belang, dat de adviseur van de vennootschappen wist, dat afzien van pensioenrechten bij een op de Antillen gevestigde vennootschap niet tot belastingheffing zou leiden en dat de vennootschap het advies over de verplaatsing niet wilde afgeven. Volgens de Hoge Raad zegt dat zonder verdere onderbouwing niets over de plaats van vestiging van de vennootschap. Die onderbouwing ontbrak in de Hofuitspraak. Dat gold ook voor de onderbouwing van het oordeel van het Hof, dat de vennootschap zich niet op opgewekt vertrouwen kon beroepen als de inspecteur uitgaat van door de vennootschap gedane onjuiste mededelingen. Het hof gaf niet aan welke mededelingen dat waren. Ook het oordeel van het Hof, dat een salarisverhoging van de DGA’s een winstuitdeling vormde, was niet onderbouwd. De Hofuitspraak is vernietigd; de zaak is verwezen naar Hof Arnhem voor een volledige behandeling.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u