Hof hield bij winstcorrectie onvoldoende rekening met verplichtingen tegenover afkoopsom
Een BV exploiteerde een slibverwerkingsinstallatie. Zij verwerkte slib voor de provincie Utrecht. Onderdeel van de slibverwerkingsovereenkomst was een gebruiksrecht voor de BV van de installatie, die op grond van de provincie gebouwd was. De provincie betaalde alle kosten van verwerking met een winstopslag. Verder was afgesproken dat de provincie bij de beëindiging van de overeenkomst de nog niet afgeschreven investeringen in de installatie aan de BV zou vergoeden. Enkele jaren later werden de aandelen in de BV en de vorderingen op de BV verkocht voor ƒ 1, terwijl de nominale waarde van de vorderingen op dat moment ƒ 36,8 miljoen was en het eigen vermogen van de BV ƒ 744.000. Hof Amsterdam was van oordeel dat de nieuwe aandeelhouder van de BV hierdoor een voordeel had genoten van ƒ 36,8 miljoen, dat als een afkoopsom van de slibverwerkingsovereenkomst moest worden aangemerkt en dus aan de BV had moeten toekomen. Dat hield een uitdeling van winst door de BV aan haar aandeelhouder in. Volgens de Hoge Raad had het Hof daarbij geen rekening gehouden met de nieuwe slibverwerkingsovereenkomst die de BV had gesloten. De vergoeding per ton slib was met ƒ 100 beduidend lager dan de geldende marktprijs van ƒ 155 per ton. Het Hof zag over het hoofd dat de "afkoopsom" ook betrekking had op de verliesgevende overdracht van de installatie en op de nieuwe slibverwerkingsovereenkomst, waarbij de tegenprestatie lager was dan de kosten van verwerking van het slib. Voor de verliezen uit de nieuwe overeenkomst kon de BV een voorziening vormen. Het Hof had verder moeten toelichten waarom (een gedeelte van) de vergoeding niet kon worden toegerekend aan de verplichting om bij de beëindiging van de oorspronkelijke overeenkomst het nog niet afgeschreven gedeelte van de investering te vergoeden. Als een deel van de afkoopsom hieraan kan worden toegerekend, had het Hof aan moeten geven waarom dat gedeelte aan de winst moest worden toegerekend en niet ten laste van de boekwaarde van de installatie mocht worden gebracht.
Een BV exploiteerde een slibverwerkingsinstallatie. Zij verwerkte slib voor de provincie Utrecht. Onderdeel van de slibverwerkingsovereenkomst was een gebruiksrecht voor de BV van de installatie, die op grond van de provincie gebouwd was. De provincie betaalde alle kosten van verwerking met een winstopslag. Verder was afgesproken dat de provincie bij de beëindiging van de overeenkomst de nog niet afgeschreven investeringen in de installatie aan de BV zou vergoeden. Enkele jaren later werden de aandelen in de BV en de vorderingen op de BV verkocht voor ƒ 1, terwijl de nominale waarde van de vorderingen op dat moment ƒ 36,8 miljoen was en het eigen vermogen van de BV ƒ 744.000. Hof Amsterdam was van oordeel dat de nieuwe aandeelhouder van de BV hierdoor een voordeel had genoten van ƒ 36,8 miljoen, dat als een afkoopsom van de slibverwerkingsovereenkomst moest worden aangemerkt en dus aan de BV had moeten toekomen. Dat hield een uitdeling van winst door de BV aan haar aandeelhouder in. Volgens de Hoge Raad had het Hof daarbij geen rekening gehouden met de nieuwe slibverwerkingsovereenkomst die de BV had gesloten. De vergoeding per ton slib was met ƒ 100 beduidend lager dan de geldende marktprijs van ƒ 155 per ton. Het Hof zag over het hoofd dat de "afkoopsom" ook betrekking had op de verliesgevende overdracht van de installatie en op de nieuwe slibverwerkingsovereenkomst, waarbij de tegenprestatie lager was dan de kosten van verwerking van het slib. Voor de verliezen uit de nieuwe overeenkomst kon de BV een voorziening vormen. Het Hof had verder moeten toelichten waarom (een gedeelte van) de vergoeding niet kon worden toegerekend aan de verplichting om bij de beëindiging van de oorspronkelijke overeenkomst het nog niet afgeschreven gedeelte van de investering te vergoeden. Als een deel van de afkoopsom hieraan kan worden toegerekend, had het Hof aan moeten geven waarom dat gedeelte aan de winst moest worden toegerekend en niet ten laste van de boekwaarde van de installatie mocht worden gebracht.