Hof had belastingplichtige gelegenheid moeten geven te reageren
De belastingdienst legde aan een belastingplichtige die ondanks aanmaning daartoe geen aangifte inkomstenbelasting deed over het jaar 2000 ambtshalve een aanslag op naar een belastbaar inkomen van ƒ 500.000. De inspecteur wees het bezwaarschrift af. Hof Amsterdam legde wegens het niet doen van aangifte de -verzwaarde- bewijslast bij de belastingplichtige. Als aanvulling op zijn beroepschrift stuurde hij een ingevuld aangiftebiljet mee naar het Hof. De inspecteur gaf tijdens de behandeling van de zaak voor het Hof toe dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Na een boekenonderzoek volgde de tweede behandeling van de zaak voor het Hof. Daar nam de inspecteur het standpunt in dat de aanslag moest worden vastgesteld op basis van het aangegeven inkomen, verhoogd met correcties uit het boekenonderzoek en verhoogd met een geschatte winst van ƒ 100.000. Deze laatste correctie had de inspecteur voor de tweede zitting niet bekend gemaakt aan de belastingplichtige. Het Hof had daarom de behandeling moeten schorsen om de belastingplichtige de gelegenheid te geven te reageren op het nieuwe standpunt van de inspecteur of vast moeten stellen dat de belastingplichtige daaraan geen behoefte had. Volgens de Hoge Raad was niet duidelijk of dat was gebeurd. De Hoge Raad heeft daarom de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar Hof Den Haag.
De belastingdienst legde aan een belastingplichtige die ondanks aanmaning daartoe geen aangifte inkomstenbelasting deed over het jaar 2000 ambtshalve een aanslag op naar een belastbaar inkomen van ƒ 500.000. De inspecteur wees het bezwaarschrift af. Hof Amsterdam legde wegens het niet doen van aangifte de -verzwaarde- bewijslast bij de belastingplichtige. Als aanvulling op zijn beroepschrift stuurde hij een ingevuld aangiftebiljet mee naar het Hof. De inspecteur gaf tijdens de behandeling van de zaak voor het Hof toe dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Na een boekenonderzoek volgde de tweede behandeling van de zaak voor het Hof. Daar nam de inspecteur het standpunt in dat de aanslag moest worden vastgesteld op basis van het aangegeven inkomen, verhoogd met correcties uit het boekenonderzoek en verhoogd met een geschatte winst van ƒ 100.000. Deze laatste correctie had de inspecteur voor de tweede zitting niet bekend gemaakt aan de belastingplichtige. Het Hof had daarom de behandeling moeten schorsen om de belastingplichtige de gelegenheid te geven te reageren op het nieuwe standpunt van de inspecteur of vast moeten stellen dat de belastingplichtige daaraan geen behoefte had. Volgens de Hoge Raad was niet duidelijk of dat was gebeurd. De Hoge Raad heeft daarom de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar Hof Den Haag.