Het zich presenteren als ondernemer was geen schijnhandeling
Iemand presenteerde zich als ondernemer. Namens hem was een meldingsformulier nieuwe onderneming ingevuld en ingediend bij de belastingdienst en in zijn aangifte inkomstenbelasting gaf hij aan winst uit onderneming te hebben genoten. Ook claimde hij zelfstandigenaftrek. In de procedure naar aanleiding van de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting voerde hij aan, dat hij zich alleen maar had gepresenteerd als ondernemer ten behoeve van een aantal anderen om met behulp van zijn vakdiploma de vereiste vergunning te verkrijgen voor de onderneming. Hof Arnhem schoof de verklaringen van de belanghebbende en de door hem ingediende aangifte en andere opgaven terzijde. Naar het oordeel van het Hof bewees de inspecteur dat de belanghebbende met ingang van 1 maart 1998 een eenmanszaak dreef en dat het resultaat van de onderneming vanaf die datum geheel voor zijn rekening was. Omdat de ondernemer niet de vereiste aangifte had gedaan mocht de inspecteur bij het bepalen van het belastbare inkomen volstaan met een redelijke schatting. Het Hof vond de laatste schatting van de inspecteur redelijk, mede gelet op de door de inspecteur in de procedure overgelegde bankafschriften.
Iemand presenteerde zich als ondernemer. Namens hem was een meldingsformulier nieuwe onderneming ingevuld en ingediend bij de belastingdienst en in zijn aangifte inkomstenbelasting gaf hij aan winst uit onderneming te hebben genoten. Ook claimde hij zelfstandigenaftrek. In de procedure naar aanleiding van de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting voerde hij aan, dat hij zich alleen maar had gepresenteerd als ondernemer ten behoeve van een aantal anderen om met behulp van zijn vakdiploma de vereiste vergunning te verkrijgen voor de onderneming. Hof Arnhem schoof de verklaringen van de belanghebbende en de door hem ingediende aangifte en andere opgaven terzijde. Naar het oordeel van het Hof bewees de inspecteur dat de belanghebbende met ingang van 1 maart 1998 een eenmanszaak dreef en dat het resultaat van de onderneming vanaf die datum geheel voor zijn rekening was. Omdat de ondernemer niet de vereiste aangifte had gedaan mocht de inspecteur bij het bepalen van het belastbare inkomen volstaan met een redelijke schatting. Het Hof vond de laatste schatting van de inspecteur redelijk, mede gelet op de door de inspecteur in de procedure overgelegde bankafschriften.