
Ondernemers hebben recht op aftrek van de omzetbelasting die andere ondernemers aan hen in rekening brengen, mits zij de goederen of diensten waarop de omzetbelasting drukt, willen gebruiken voor belaste prestaties. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EG blijft het recht op aftrek van voorbelasting zelfs bestaan als de ondernemer er door omstandigheden buiten zijn toedoen niet aan toekomt om de goederen of diensten voor belaste prestaties te gebruiken.
Die rechtspraak houdt niet in, dat er geen sprake kan zijn van herziening van de vooraftrek als een voor belaste prestaties gekocht stuk grond later vrijgesteld wordt geleverd nadat is komen vast te staan dat de geplande bestemming geen doorgang kan vinden.
De procedure had betrekking op een ondernemer die een stuk grond kocht met de bedoeling om daar een kuuroord te beginnen. Toen hij geen vergunning kreeg voor de bouw en exploitatie van het kuuroord, verkocht hij de grond. De levering van grond is vrijgesteld van omzetbelasting. Het gevolg van de vrijgestelde levering van de grond was herziening van de eerdere aftrek van voorbelasting omdat de herzieningsperiode nog niet was verstreken. Volgens de Hoge Raad is het recht op aftrek conform de rechtspraak van het Hof van Justitie EG in stand gebleven tot aan het tijdstip van de vrijgestelde levering. De daarbij gehanteerde herziening van de in aftrek gebrachte belasting is in overeenstemming met de EG-richtlijnen.