
Bij een controle van een bestelauto bleek dat de vereiste tussenwand tussen cabine en laadruimte was verwijderd en dat aan de zijkant van de auto een ruit was geplaatst. Daarmee was niet voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling van BPM. De belastingdienst legde aan de eigenaar een naheffingsaanslag op. Na de controle had de eigenaar het tussenschot en een zijpaneel op de plaats van de ruit teruggeplaatst. De wet biedt echter niet de mogelijkheid om naheffing te voorkomen door herstel achteraf. Wel bestaan er beleidsregels van Financiën waarin mogelijkheden tot herstel en voorkoming van naheffing zijn opgenomen.
Op grond van de meest recente versie van het Besluit van Financiën waarin de beleidsregels zijn vastgelegd, vernietigde de rechtbank de opgelegde naheffingsaanslag. In het oude besluit was uitdrukkelijk opgenomen dat herstel niet mogelijk was als een volledige vaste tussenwand ontbrak of als in de laadruimte een zijruit was aangebracht. In het nieuwe besluit staat dat niet langer. Wel is over het herstelbeleid opgenomen dat niet direct een naheffingsaanslag BPM wordt opgelegd als herstel van de bestelauto eenvoudig mogelijk is, mits de kentekenhouder binnen een bepaalde termijn de geconstateerde afwijking(en) van de inrichtingseisen voor bestelauto’s herstelt en dit toont aan de inspecteur.
Volgens de rechtbank kon de eigenaar van de bestelauto zich op het nieuwe besluit beroepen, ook al was dit besluit vastgesteld na de uitgevoerde controle van de auto.