Herinvesteringsvoornemen op niveau concerndirectie voldoende

Een ondernemer die bij de verkoop van bedrijfsmiddelen een boekwinst behaalt, hoeft over deze boekwinst niet direct belasting te betalen als hij deze opneemt in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering over te gaan en dat voornemen uitvoert uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de boekwinst is toegevoegd aan de herinvesteringsreserve. Het voornemen tot herinvesteren moet bestaan op de balansdatum van ieder jaar waarin de herinvesteringsreserve bestaat. De bewijslast van dat voornemen rust op de ondernemer.

 

Een BV verkocht in 2005 en 2007 onroerende zaken, waarbij de BV boekwinsten behaalde die in een herinvesteringsreserve werden opgenomen. De Belastingdienst accepteerde de toevoegingen aan de herinvesteringsreserve niet en corrigeerde de winsten van beide jaren.

Ter onderbouwing van haar herinvesteringsvoornemen wees de BV erop dat zij onderdeel was van een concern dat onroerende zaken kocht, exploiteerde en verkocht.

De Belastingdienst was van mening dat op directieniveau van de BV zelf een voornemen tot herinvestering moest bestaan en niet op het niveau van de groepsdirectie. Omdat het concern geen fiscale eenheid was voor de vennootschapsbelasting was er volgens de Belastingdienst geen reden om uit te gaan van een concernbenadering.

De rechtbank oordeelde anders. De uiteindelijke zeggenschap over het gehele concern lag bij een persoon die zowel enig aandeelhouder als directeur van de moedermaatschappij was. De moedermaatschappij was enig aandeelhouder en directeur van de dochtermaatschappij.

Dat betekende volgens de rechtbank dat er geen onderscheid was tussen een herinvesteringsvoornemen op directieniveau van de BV en een herinvesteringsvoornemen op directieniveau van het concern. Dat geen sprake was van een fiscale eenheid, was voor dat oordeel niet relevant. De rechtbank vond het bestaan van een herinvesteringsvoornemen voldoende aannemelijk. De opgelegde aanslagen werden verlaagd omdat de Belastingdienst ten onrechte de toevoegingen aan de herinvesteringsreserve had gecorrigeerd.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een ondernemer die bij de verkoop van bedrijfsmiddelen een boekwinst behaalt, hoeft over deze boekwinst niet direct belasting te betalen als hij deze opneemt in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering over te gaan en dat voornemen uitvoert uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de boekwinst is toegevoegd aan de herinvesteringsreserve. Het voornemen tot herinvesteren moet bestaan op de balansdatum van ieder jaar waarin de herinvesteringsreserve bestaat. De bewijslast van dat voornemen rust op de ondernemer.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een BV verkocht in 2005 en 2007 onroerende zaken, waarbij de BV boekwinsten behaalde die in een herinvesteringsreserve werden opgenomen. De Belastingdienst accepteerde de toevoegingen aan de herinvesteringsreserve niet en corrigeerde de winsten van beide jaren.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Ter onderbouwing van haar herinvesteringsvoornemen wees de BV erop dat zij onderdeel was van een concern dat onroerende zaken kocht, exploiteerde en verkocht.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Belastingdienst was van mening dat op directieniveau van de BV zelf een voornemen tot herinvestering moest bestaan en niet op het niveau van de groepsdirectie. Omdat het concern geen fiscale eenheid was voor de vennootschapsbelasting was er volgens de Belastingdienst geen reden om uit te gaan van een concernbenadering.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De rechtbank oordeelde anders. De uiteindelijke zeggenschap over het gehele concern lag bij een persoon die zowel enig aandeelhouder als directeur van de moedermaatschappij was. De moedermaatschappij was enig aandeelhouder en directeur van de dochtermaatschappij. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Dat betekende volgens de rechtbank dat er geen onderscheid was tussen een herinvesteringsvoornemen op directieniveau van de BV en een herinvesteringsvoornemen op directieniveau van het concern. Dat geen sprake was van een fiscale eenheid, was voor dat oordeel niet relevant. De rechtbank vond het bestaan van een herinvesteringsvoornemen voldoende aannemelijk. De opgelegde aanslagen werden verlaagd omdat de Belastingdienst ten onrechte de toevoegingen aan de herinvesteringsreserve had gecorrigeerd.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u