
Wanneer een opgelegde voorlopige aanslag na het verstrijken van de bezwaartermijn te hoog blijkt te zijn, heeft de inspecteur de keuze deze ambtshalve te verminderen of een nadere negatieve voorlopige aanslag op te leggen. In de jaren tot en met 2009 viel de keuze van de inspecteur vaak op de ambtshalve vermindering, omdat dan minder (heffings)rente vergoed hoefde te worden. De Hoge Raad heeft in meerdere procedures duidelijk gemaakt dat de keuze van de inspecteur niet mag leiden tot een verschil in berekening van rente omdat dat in strijd zou zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Hof den Bosch converteerde een ambtshalve vermindering van een voorlopige aanslag in een nadere negatieve voorlopige aanslag om bezwaar tegen het niet vergoeden van rente mogelijk te maken. De staatssecretaris van Financiƫn ging tegen deze beslissing in cassatie, omdat een ambtshalve vermindering geen voor bezwaar vatbaar besluit is. Conversie daarvan is volgens de staatssecretaris niet mogelijk.
Volgens de Hoge Raad had de inspecteur heffingsrente moeten vergoeden bij een voor bezwaar vatbare beschikking. In dit geval heeft de inspecteur verzuimd heffingsrente te vergoeden bij de ambtshalve verleende vermindering van de voorlopige aanslag. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan ook bezwaar worden gemaakt. Volgens de Hoge Raad hoeft daarom de vraag of conversie mogelijk is niet beantwoord te worden.
In zijn arrest van 30 september 2011 heeft de Hoge Raad aanvaard dat een belanghebbende de rentevergoeding ter discussie kan stellen door bezwaar en beroep te maken tegen iedere beschikking heffingsrente die betrekking heeft op de belastingschuld van het betreffende jaar.