Heffingsrente
Bij het vaststellen van een aanslag wordt heffingsrente berekend als op de aanslag een bedrag aan belasting betaald moet worden en de aanslag is vastgesteld na het verstrijken van het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft.
Een belastingplichtige maakte bezwaar tegen de bij de aanslag inkomstenbelasting 2002 in rekening gebrachte heffingsrente. De aanslag was opgelegd in 2005. De belastingplichtige had eind augustus 2003 een uitdraai van zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 naar de belastingdienst gestuurd. De belastingdienst deelde hem in een brief van 19 september 2003 mee dat de ingezonden uitdraai niet in behandeling zou worden genomen en verzocht de belastingplichtige om alsnog zijn aangifte op de juiste wijze in te dienen.
Volgens de belastingplichtige moest de berekening van de heffingsrente worden beperkt tot de periode van 1 januari 2003 tot eind augustus 2003. Op dat moment was de belastingdienst in de gelegenheid om een juiste aanslag op te leggen. De belastingplichtige wilde de papieren aangifte als een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag aan laten merken. Volgens Hof Amsterdam had de inspecteur de heffingsrente juist berekend. Het in rekening brengen van heffingsrente vloeit voort uit de wet. De wet biedt geen ruimte om geen heffingsrente te berekenen om de enkele reden dat de inspecteur de aanslag eerder had kunnen opleggen.
Bij het vaststellen van een aanslag wordt heffingsrente berekend als op de aanslag een bedrag aan belasting betaald moet worden en de aanslag is vastgesteld na het verstrijken van het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft.
Een belastingplichtige maakte bezwaar tegen de bij de aanslag inkomstenbelasting 2002 in rekening gebrachte heffingsrente. De aanslag was opgelegd in 2005. De belastingplichtige had eind augustus 2003 een uitdraai van zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 naar de belastingdienst gestuurd. De belastingdienst deelde hem in een brief van 19 september 2003 mee dat de ingezonden uitdraai niet in behandeling zou worden genomen en verzocht de belastingplichtige om alsnog zijn aangifte op de juiste wijze in te dienen.
Volgens de belastingplichtige moest de berekening van de heffingsrente worden beperkt tot de periode van 1 januari 2003 tot eind augustus 2003. Op dat moment was de belastingdienst in de gelegenheid om een juiste aanslag op te leggen. De belastingplichtige wilde de papieren aangifte als een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag aan laten merken. Volgens Hof Amsterdam had de inspecteur de heffingsrente juist berekend. Het in rekening brengen van heffingsrente vloeit voort uit de wet. De wet biedt geen ruimte om geen heffingsrente te berekenen om de enkele reden dat de inspecteur de aanslag eerder had kunnen opleggen.