Heffing bij verplaatsing feitelijke leiding
Door het verplaatsen van haar feitelijke leiding naar de Nederlandse Antillen genoot een BV niet langer in Nederland belastbare winst. Dat had tot gevolg dat er in Nederland een fiscale eindafrekening moest plaatsvinden over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de vermogensbestanddelen van de BV. De BV is van mening dat belastingheffing over de stille reserves op het moment van zetelverplaatsing in strijd is met de in het EG-verdrag opgenomen vrijheid van kapitaalverkeer. Volgens het Hof had er geen kapitaalverkeer plaatsgehad omdat de belastingheffing samenhing met de verplaatsing van de leiding. De verplaatsing van kapitaal vanuit Nederland naar een ander land is voor deze heffing niet relevant. Schending van de eveneens in het EG-verdrag opgenomen vrijheid van vestiging zou wel een mogelijkheid kunnen zijn. Deze bepaling geldt echter niet voor gebieden overzee zoals de Nederlandse Antillen.
Zelfs als de eindafrekening in de vennootschapsbelasting een schending zou vormen van de vrijheid van kapitaalverkeer dan zou op grond van de zogenaamde standstillbepaling van het EG-verdrag de eindafrekening mogen plaatsvinden omdat deze bepaling een voortzetting is van een op 31 december 1993 bestaande bepaling. Dergelijke bepalingen zijn toegestaan.
Door het verplaatsen van haar feitelijke leiding naar de Nederlandse Antillen genoot een BV niet langer in Nederland belastbare winst. Dat had tot gevolg dat er in Nederland een fiscale eindafrekening moest plaatsvinden over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de vermogensbestanddelen van de BV. De BV is van mening dat belastingheffing over de stille reserves op het moment van zetelverplaatsing in strijd is met de in het EG-verdrag opgenomen vrijheid van kapitaalverkeer. Volgens het Hof had er geen kapitaalverkeer plaatsgehad omdat de belastingheffing samenhing met de verplaatsing van de leiding. De verplaatsing van kapitaal vanuit Nederland naar een ander land is voor deze heffing niet relevant. Schending van de eveneens in het EG-verdrag opgenomen vrijheid van vestiging zou wel een mogelijkheid kunnen zijn. Deze bepaling geldt echter niet voor gebieden overzee zoals de Nederlandse Antillen.
Zelfs als de eindafrekening in de vennootschapsbelasting een schending zou vormen van de vrijheid van kapitaalverkeer dan zou op grond van de zogenaamde standstillbepaling van het EG-verdrag de eindafrekening mogen plaatsvinden omdat deze bepaling een voortzetting is van een op 31 december 1993 bestaande bepaling. Dergelijke bepalingen zijn toegestaan.