
In een arrest uit december 2006 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor het opleggen van een boete aan een belastingplichtige nodig is dat er bij hemzelf sprake is van opzet of grove schuld en dat de opzet of grove schuld van een ander in beginsel niet aan de belastingplichtige wordt toegerekend.
Wanneer een belastingplichtige de hulp inroept van een deskundige adviseur, aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefde te twijfelen, hoeft de belastingplichtige zich niet zelf te verdiepen in de inhoudelijke aspecten van de op hem toepasselijke belastingregelingen.
Hof Amsterdam vernietigde de boetes die waren opgelegd aan een belastingplichtige, wiens adviseur namens hem facturen met omzetbelasting had uitgereikt aan eigen BV’s van de belastingplichtige. De omzetbelasting was niet verwerkt in aangiften en ook niet aan de belastingdienst betaald. Volgens het hof was er geen sprake van grove schuld of (voorwaardelijk) opzet bij de belastingplichtige zelf. De adviseur had zowel het opstellen van alle aangiften als het opmaken van facturen verzorgd, terwijl de betalingen in rekening courant werden verwerkt.