Grond van ouders gekocht voor te lage prijs

Bij de verkrijging van een onroerende zaak moet de verkrijger 6% overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de onroerende zaak. De waarde is volgens de wet tenminste gelijk aan de betaalde koopsom. Er zijn echter gevallen waarin de waarde hoger is dan de koopsom. In die gevallen kan de belastingdienst de aanvankelijk te weinig betaalde belasting naheffen. Dat deed zich voor in de volgende casus.

 

Een echtpaar kocht in december 2006 een perceel grond van ca. 850 m2 van de ouders van de man voor een bedrag van € 80.000. Eerder dat jaar had het echtpaar bij de gemeente een verzoek ingediend om de bestemming van het perceel te wijzigen zodat er een woning op gebouwd kon worden. Ten tijde van de koop had de gemeente al besloten om in principe medewerking te verlenen aan de bouw van een woning op het perceel. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, uitgaande van een waarde van het perceel van ongeveer € 300.000. Bij deze waarde was rekening gehouden met de mogelijkheid om het perceel te gebruiken voor de bouw van een woning.

De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur aan de hand van een taxatierapport aannemelijk had gemaakt dat de waarde van het perceel € 300.000 bedroeg. Van belang was dat het echtpaar het perceel had gekocht met de bedoeling om daarop een woning te bouwen. Volgens de rechtbank was de kans gering dat de vrijstelling van het bestemmingsplan en de gevraagde bouwvergunning niet zouden worden verleend.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Bij de verkrijging van een onroerende zaak moet de verkrijger 6% overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de onroerende zaak. De waarde is volgens de wet tenminste gelijk aan de betaalde koopsom. Er zijn echter gevallen waarin de waarde hoger is dan de koopsom. In die gevallen kan de belastingdienst de aanvankelijk te weinig betaalde belasting naheffen. Dat deed zich voor in de volgende casus.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een echtpaar kocht in december 2006 een perceel grond van ca. <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" /><st1:metricconverter ProductID="850 m2" w:st="on">850 m<SUP>2</SUP></st1:metricconverter> van de ouders van de man voor een bedrag van € 80.000. Eerder dat jaar had het echtpaar bij de gemeente een verzoek ingediend om de bestemming van het perceel te wijzigen zodat er een woning op gebouwd kon worden. Ten tijde van de koop had de gemeente al besloten om in principe medewerking te verlenen aan de bouw van een woning op het perceel. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, uitgaande van een waarde van het perceel van ongeveer € 300.000. Bij deze waarde was&nbsp;rekening gehouden met de mogelijkheid om het perceel te gebruiken voor de bouw van een woning. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur aan de hand van een taxatierapport aannemelijk had gemaakt dat de waarde van het perceel € 300.000 bedroeg. Van belang was dat het echtpaar het perceel had gekocht met de bedoeling om daarop een woning te bouwen. Volgens de rechtbank was de kans gering dat de vrijstelling van het bestemmingsplan en de gevraagde bouwvergunning niet zouden worden verleend.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u