Goodwill bij geruisloze inbreng VOF door fiscus niet te laag berekend
Bij de geruisloze inbreng van de onderneming van een VOF in een BV onder toepassing van de wet IB 1964 werd de hoogte van het uit te geven aandelenkapitaal van de BV bepaald na commerciële herwaardering van de bestanddelen van het ondernemingsvermogen. In een procedure voor Hof Leeuwarden over de beschikking waarbij de verkrijgingsprijs van de aandelen werd vastgesteld was de hoogte van de goodwill in geschil. De inspecteur had de goodwill per vennoot op ƒ 250.000 vastgesteld en de waarde van ieders aandelenpakket op ƒ 436.000. De beide vennoten stelden zich op het standpunt, dat de goodwill tenminste ƒ 760.000 per vennoot bedroeg en dat de verkrijgingsprijs dienovereenkomstig hoger moest worden vastgesteld. Het Hof is, gelet op de korte periode van bestaan van de onderneming en de hoogte van het inkomen dat de ene vennoot voordien in loondienst verdiende, van mening dat de inspecteur de goodwill niet te laag heeft berekend. De beschikkingen blijven in stand.
Bij de geruisloze inbreng van de onderneming van een VOF in een BV onder toepassing van de wet IB 1964 werd de hoogte van het uit te geven aandelenkapitaal van de BV bepaald na commerciële herwaardering van de bestanddelen van het ondernemingsvermogen. In een procedure voor Hof Leeuwarden over de beschikking waarbij de verkrijgingsprijs van de aandelen werd vastgesteld was de hoogte van de goodwill in geschil. De inspecteur had de goodwill per vennoot op ƒ 250.000 vastgesteld en de waarde van ieders aandelenpakket op ƒ 436.000. De beide vennoten stelden zich op het standpunt, dat de goodwill tenminste ƒ 760.000 per vennoot bedroeg en dat de verkrijgingsprijs dienovereenkomstig hoger moest worden vastgesteld. Het Hof is, gelet op de korte periode van bestaan van de onderneming en de hoogte van het inkomen dat de ene vennoot voordien in loondienst verdiende, van mening dat de inspecteur de goodwill niet te laag heeft berekend. De beschikkingen blijven in stand.