Goedkeurend besluit toepassing vrijstelling overdrachtsbelasting ter verbetering landbouwstructuur
De overdrachtsbelasting kent een vrijstelling voor de verkrijging van landerijen als deze in het belang is voor verbetering van de landbouwstructuur. De vrijstelling is ook van toepassing op de verkrijging van een recht van erfpacht of beklemming op landerijen. De vrijstelling is beperkt tot een oppervlakte gelijk aan de oppervlakte van de naburige landerijen die de verkrijger tenminste vijf jaar in (economische) eigendom, erfpacht of beklemming heeft. In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiƫn vooruitlopend op aanpassing van de regeling goedgekeurd dat de vrijstelling in een aantal situaties wordt toegepast. Die goedkeuringen gelden met ingang van 1 januari 2003 en betreffen de volgende situaties.1. Een vennoot in een personenvennootschap verwerft grond en staat vervolgens het gebruik van (een deel van) daarvan af aan die vennootschap. Er moet voor de vennootschap sprake zijn van vergroting van de oppervlakte van de door haar gebruikte landerijen en van een verbetering van de landbouwstructuur.2. De verkregen landerijen zijn bestemd voor bedrijfsmatige exploitatie door derden. Binnen zes maanden na de verkrijging worden de landerijen op grond van een langlopende pachtovereenkomst of een langlopend recht van erfpacht in gebruik gegeven aan een persoon of een personenvennootschap ter vergroting van de oppervlakte van de door hem bedrijfsmatig gebruikte landerijen. Verder moet er voor de gebruiker sprake zijn van verbetering van de landbouwstructuur.3. Kort na een verkrijging van landerijen met toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting worden deze overgedragen onder voorbehoud van een langlopend pacht- of erfpachtrecht voor de overdrager. De oppervlakte van de verkregen landerijen mag niet groter zijn dan de oppervlakte van de naburige landerijen die de verkrijger al minstens vijf jaar in eigendom heeft en de verkrijging vindt plaats binnen zes maanden na de eerdere verkrijging waarop de vrijstelling van toepassing was.
De overdrachtsbelasting kent een vrijstelling voor de verkrijging van landerijen als deze in het belang is voor verbetering van de landbouwstructuur. De vrijstelling is ook van toepassing op de verkrijging van een recht van erfpacht of beklemming op landerijen. De vrijstelling is beperkt tot een oppervlakte gelijk aan de oppervlakte van de naburige landerijen die de verkrijger tenminste vijf jaar in (economische) eigendom, erfpacht of beklemming heeft. In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiƫn vooruitlopend op aanpassing van de regeling goedgekeurd dat de vrijstelling in een aantal situaties wordt toegepast. Die goedkeuringen gelden met ingang van 1 januari 2003 en betreffen de volgende situaties.1. Een vennoot in een personenvennootschap verwerft grond en staat vervolgens het gebruik van (een deel van) daarvan af aan die vennootschap. Er moet voor de vennootschap sprake zijn van vergroting van de oppervlakte van de door haar gebruikte landerijen en van een verbetering van de landbouwstructuur.2. De verkregen landerijen zijn bestemd voor bedrijfsmatige exploitatie door derden. Binnen zes maanden na de verkrijging worden de landerijen op grond van een langlopende pachtovereenkomst of een langlopend recht van erfpacht in gebruik gegeven aan een persoon of een personenvennootschap ter vergroting van de oppervlakte van de door hem bedrijfsmatig gebruikte landerijen. Verder moet er voor de gebruiker sprake zijn van verbetering van de landbouwstructuur.3. Kort na een verkrijging van landerijen met toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting worden deze overgedragen onder voorbehoud van een langlopend pacht- of erfpachtrecht voor de overdrager. De oppervlakte van de verkregen landerijen mag niet groter zijn dan de oppervlakte van de naburige landerijen die de verkrijger al minstens vijf jaar in eigendom heeft en de verkrijging vindt plaats binnen zes maanden na de eerdere verkrijging waarop de vrijstelling van toepassing was.