Goedkeurend besluit m.b.t. WIB
De Wet op de Internationale Bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) is aangepast aan de met ingang van 1 juli 2005 van toepassing zijnde spaarrenterichtlijn. De in de gewijzigde wet opgenomen uitleg van het begrip collectieve beleggingsinstelling is echter te ruim geformuleerd. Vooruitlopend op de benodigde wetswijziging heeft de staatssecretaris van Financiƫn nu goedgekeurd dat de reikwijdte van deze bepaling beperkt wordt. Daarnaast heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat een woonplaatsverklaring ook kan worden afgegeven als het een verzoek betreft als bedoeld in de overeenkomsten met staten en gebieden die met een lidstaat zijn gelieerd. De lidstaat van vestiging mag bepalen of een collectieve beleggingsinstelling wel of niet onder de spaarrenterichtlijn valt. Dat geldt ook voor beleggingsinstellingen die zijn gevestigd in gelieerde staten en gebieden, waarmee een overeenkomst tot uitvoering van de bepalingen uit de richtlijn is gesloten. Het begrip rentebetaling in de WIB bevat ook de verkoopopbrengst van aandelen in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen. Als rentebetaling mag het netto aan de gerechtigde uitgekeerde bedrag worden aangemerkt, dat wil zeggen na aftrek van de in rekening gebrachte kosten. Het besluit is met terugwerkende kracht tot 1 juli 2005 in werking getreden.
De Wet op de Internationale Bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) is aangepast aan de met ingang van 1 juli 2005 van toepassing zijnde spaarrenterichtlijn. De in de gewijzigde wet opgenomen uitleg van het begrip collectieve beleggingsinstelling is echter te ruim geformuleerd. Vooruitlopend op de benodigde wetswijziging heeft de staatssecretaris van Financiƫn nu goedgekeurd dat de reikwijdte van deze bepaling beperkt wordt. Daarnaast heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat een woonplaatsverklaring ook kan worden afgegeven als het een verzoek betreft als bedoeld in de overeenkomsten met staten en gebieden die met een lidstaat zijn gelieerd. De lidstaat van vestiging mag bepalen of een collectieve beleggingsinstelling wel of niet onder de spaarrenterichtlijn valt. Dat geldt ook voor beleggingsinstellingen die zijn gevestigd in gelieerde staten en gebieden, waarmee een overeenkomst tot uitvoering van de bepalingen uit de richtlijn is gesloten. Het begrip rentebetaling in de WIB bevat ook de verkoopopbrengst van aandelen in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen. Als rentebetaling mag het netto aan de gerechtigde uitgekeerde bedrag worden aangemerkt, dat wil zeggen na aftrek van de in rekening gebrachte kosten. Het besluit is met terugwerkende kracht tot 1 juli 2005 in werking getreden.