
Ondernemers die activiteiten ontplooien op het gebied van de zeescheepvaart kunnen in afwijking van de normale wijze van winstbepaling kiezen voor de tonnageregeling. Dat is een forfaitaire wijze van winstvaststelling. In het Belastingplan 2010 is de tonnageregeling uitgebreid met de vervoersactiviteiten van kabelleggers, pijpenleggers, onderzoeksschepen en kraanschepen. Deze wijzigingen zijn per 1 januari 2010 in werking getreden. Voor ondernemers die al onder de tonnageregeling vielen en die ook schepen als kabelleggers en dergelijke hebben, die door de wetswijziging onder de tonnageregeling gaan vallen, geldt een overgangsregeling. Voor zover het bedrag van de reserves van de schepen en de andere zaken het bedrag van de verrekenbare verliezen te boven gaat, blijft dit bij de heffing buiten aanmerking. Zonder overgangsregeling zouden deze ondernemers moeten afrekenen over eerder gevormde fiscale en stille reserves. Dat is ongewenst omdat eerder in vergelijkbare situaties ook geen directe afrekening heeft plaatsgevonden. Ook bij overgang op verzoek van het normale winstregime naar de tonnageregeling vindt geen directe afrekening over de stille en fiscale reserves plaats.