Geruisloze inbreng verhuurde onderneming

In een arrest uit 1955(!) heeft de Hoge Raad beslist dat de verhuur van een bedrijf geen liquidatie en geen overdracht inhoudt, omdat het bedrijf als geheel in stand blijft en de oorspronkelijke ondernemer de eigendom daarvan behoudt. In een arrest uit 1977 besliste de Hoge Raad dat de verhuurder van een onderneming winst uit onderneming blijft genieten. Uit deze arresten leidt Hof Arnhem af dat bij verhuur van een onderneming sprake is van één onderneming die voor rekening van twee ondernemers, namelijk de verhuurder en de huurder, wordt gedreven. Zowel de verhuurder als de huurder heeft zijn eigen onderneming. Dat betekent volgens het Hof, dat de verhuurder de mogelijkheid heeft om zijn onderneming zonder directe belastingheffing in te brengen in een nieuw opgerichte BV met gebruikmaking van de zogenaamde geruisloze inbrengfaciliteit.
De staatssecretaris van Financiën is van mening dat geruisloze inbreng van een verhuurde onderneming niet mogelijk is, vanwege de bijzondere status van de verhuurder. Deze bijzondere status wordt aangeduid als voortgezet ondernemerschap. Wanneer de verhuurder de verhuurde onderneming overdraagt, kwalificeert de overnemer niet als ondernemer.
Volgens het Hof is de bijzondere status van de verhurende ondernemer geen reden om de geruisloze inbrengfaciliteit niet toe te passen. De wetgever staat immers nadrukkelijk toe dat anderen dan “echte” ondernemers, zoals medegerechtigden, gebruik maken van de faciliteit. Het Hof is van mening dat de overnemer wel kwalificeert als ondernemer, omdat hij rechtstreeks wordt verbonden voor de verbintenissen betreffende de onderneming.
In een arrest uit 1955(!) heeft de Hoge Raad beslist dat de verhuur van een bedrijf geen liquidatie en geen overdracht inhoudt, omdat het bedrijf als geheel in stand blijft en de oorspronkelijke ondernemer de eigendom daarvan behoudt. In een arrest uit 1977 besliste de Hoge Raad dat de verhuurder van een onderneming winst uit onderneming blijft genieten. Uit deze arresten leidt Hof Arnhem af dat bij verhuur van een onderneming sprake is van één onderneming die voor rekening van twee ondernemers, namelijk de verhuurder en de huurder, wordt gedreven. Zowel de verhuurder als de huurder heeft zijn eigen onderneming. Dat betekent volgens het Hof, dat de verhuurder de mogelijkheid heeft om zijn onderneming zonder directe belastingheffing in te brengen in een nieuw opgerichte BV met gebruikmaking van de zogenaamde geruisloze inbrengfaciliteit. <BR>De staatssecretaris van Financiën is van mening dat geruisloze inbreng van een verhuurde onderneming niet mogelijk is, vanwege de bijzondere status van de verhuurder. Deze bijzondere status wordt aangeduid als voortgezet ondernemerschap. Wanneer de verhuurder de verhuurde onderneming overdraagt, kwalificeert de overnemer niet als ondernemer. <BR>Volgens het Hof is de bijzondere status van de verhurende ondernemer geen reden om de geruisloze inbrengfaciliteit niet toe te passen. De wetgever staat immers nadrukkelijk toe dat anderen dan “echte” ondernemers, zoals medegerechtigden, gebruik maken van de faciliteit. Het Hof is van mening dat de overnemer wel kwalificeert als ondernemer, omdat hij rechtstreeks wordt verbonden voor de verbintenissen betreffende de onderneming.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u