Geruisloze inbreng geweigerd

Een eenmanszaak kan zonder directe belastingheffing worden overgedragen aan een besloten vennootschap door gebruik te maken van een fiscale faciliteit die bekend staat onder de naam geruisloze inbreng. Toepassing van deze faciliteit is gebonden aan een aantal voorwaarden. Een van deze voorwaarden is de verplichte voortzetting van de bestaande onderneming door de BV. Het is dus niet de bedoeling om een onderneming geruisloos in te brengen in een BV om deze direct daarna aan een ander over te dragen zonder belastingheffing bij de oorspronkelijke ondernemer.

De twee firmanten in een vennootschap onder firma (VOF) die een restaurant exploiteerde richtten twee BV’s op. In de eerste BV brachten zij de gehele onderneming in. Deze BV droeg daarna de onderneming over aan de tweede BV, maar behield zelf het bedrijfspand. De tweede BV ging met de dochter van beide oorspronkelijke firmanten een tweede VOF aan. Deze VOF exploiteerde het restaurant. Korte tijd later werd de VOF ontbonden en zette de dochter de exploitatie van het restaurant voort. Zij betaalde huur voor het pand, de inventaris en de goodwill aan de BV’s.

Hof Den Bosch vond aannemelijk dat partijen al voor de inbreng van de onderneming in de eerste BV hadden afgesproken dat de exploitatie van de onderneming op korte termijn zou worden voortgezet door de dochter. De inbreng van de onderneming in de BV was onderdeel van een geheel van rechtshandelingen dat was gericht op de overdracht van de onderneming aan de dochter. In een dergelijk geval is geruisloze inbreng niet aan de orde. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak van het Hof afgewezen.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een eenmanszaak kan zonder directe belastingheffing worden overgedragen aan een besloten vennootschap door gebruik te maken van een fiscale faciliteit die bekend staat onder de naam geruisloze inbreng. Toepassing van deze faciliteit is gebonden aan een aantal voorwaarden. Een van deze voorwaarden is de verplichte voortzetting van de bestaande onderneming door de BV. Het is dus niet de bedoeling om een onderneming geruisloos in te brengen in een BV om deze direct daarna aan een ander over te dragen zonder belastingheffing bij de oorspronkelijke ondernemer. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De twee firmanten in een vennootschap onder firma (VOF) die een restaurant exploiteerde richtten twee BV’s op. In de eerste BV brachten zij de gehele onderneming in. Deze BV droeg daarna de onderneming over aan de tweede BV, maar behield zelf het bedrijfspand. De tweede BV ging met de dochter van beide oorspronkelijke firmanten een tweede VOF aan. Deze VOF exploiteerde het restaurant. Korte tijd later werd de VOF ontbonden en zette de dochter de exploitatie van het restaurant voort. Zij betaalde huur voor het pand, de inventaris en de goodwill aan de BV’s. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Den Bosch vond aannemelijk dat partijen al voor de inbreng van de onderneming in de eerste BV hadden afgesproken dat de exploitatie van de onderneming op korte termijn zou worden voortgezet door de dochter. De inbreng van de onderneming in de BV was onderdeel van een geheel van rechtshandelingen dat was gericht op de overdracht van de onderneming aan de dochter. In een dergelijk geval is geruisloze inbreng niet aan de orde. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen deze uitspraak van het Hof afgewezen.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u