Gerechtvaardigde leeftijdsdiscriminatie

Het is in het algemeen verboden om onderscheid naar leeftijd te maken tussen werknemers, onder meer bij de beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Het verbod op leeftijdsdiscriminatie is opgenomen in de Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de arbeid (WGBL). Onderscheid naar leeftijd is niet verboden indien er een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor het onderscheid. 

In het kader van een reorganisatie kwam een werkgever met de vakbonden een Sociaal Plan overeen. Het Sociaal Plan bevatte onder meer een afvloeiingsregeling voor de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigde in verband met de reorganisatie. Voor werknemers geboren vóór 1950 en in dienst getreden vóór 1 oktober 1997 gold een andere regeling. De vraag was of deze afwijkende regeling in strijd was met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Een van de betrokken oudere werknemers voerde aan dat dit het geval was, omdat hij door deze regeling slechter af was dan wanneer hij gebruik zou kunnen maken van de regeling voor jongere werknemers.

De werkgever voerde aan dat hij met het maken van leeftijdsonderscheid in het Sociaal Plan inkomenszekerheid wilde bieden aan de oudere werknemers, rekening houdend met de sociale uitkeringen en prepensioenregeling. Voor deze groep werknemers gold een inkomensgarantie van 80% van het laatst verdiende salaris. De kantonrechter vond het gemaakte leeftijdsonderscheid gerechtvaardigd omdat het aansloot bij de leeftijdtijdsgrens voor deelname aan de prepensioenregeling. Een leeftijdsneutrale regeling zou voor alle groepen werknemers een slechtere regeling hebben betekend zonder gegarandeerde inkomenszekerheid voor oudere werknemers. De kantonrechter vond het gemaakte leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Het is in het algemeen verboden om onderscheid naar leeftijd te maken tussen werknemers, onder meer bij de beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Het verbod op leeftijdsdiscriminatie is opgenomen in de Wet Gelijke Behandeling op grond van Leeftijd bij de arbeid (WGBL). Onderscheid naar leeftijd is niet verboden indien er een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor het onderscheid.&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >In het kader van een reorganisatie kwam een werkgever met de vakbonden een Sociaal Plan overeen. Het Sociaal Plan bevatte onder meer een afvloeiingsregeling voor de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst eindigde in verband met de reorganisatie. Voor werknemers geboren vóór 1950 en in dienst getreden vóór 1 oktober 1997 gold een andere regeling. De vraag was of deze afwijkende regeling in strijd was met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Een van de betrokken oudere werknemers voerde aan dat dit het geval was, omdat hij door deze regeling slechter af was dan wanneer hij gebruik zou kunnen maken van de regeling voor jongere werknemers. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >De werkgever voerde aan dat hij met het maken van leeftijdsonderscheid in het Sociaal Plan inkomenszekerheid wilde bieden aan de oudere werknemers, rekening houdend met de sociale uitkeringen en prepensioenregeling. Voor deze groep werknemers gold een inkomensgarantie van 80% van het laatst verdiende salaris. De kantonrechter vond het gemaakte leeftijdsonderscheid gerechtvaardigd omdat het aansloot bij de leeftijdtijdsgrens voor deelname aan de prepensioenregeling. Een leeftijdsneutrale regeling zou voor alle groepen werknemers een slechtere regeling hebben betekend zonder gegarandeerde inkomenszekerheid voor oudere werknemers. De kantonrechter vond het gemaakte leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u