Gemeentelijke belastingverordening deels onverbindend

Gemeentelijke heffingen kennen een wettelijke beperking die inhoudt dat de geraamde opbrengst niet hoger mag zijn dan de lasten die met de heffing worden bestreden. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest uiteengezet hoe de rechter moet omgaan met een beroep op overschrijding van deze limiet. De gemeentelijke heffingsambtenaar is degene die over de noodzakelijke gegevens beschikt voor de beoordeling van dat geschilpunt. Als de heffingsambtenaar de limietoverschrijding betwist, gelden voor de onderbouwing van dat standpunt zwaardere eisen dan gebruikelijk is in een procedure. De heffingsambtenaar moet zijn wederpartij en de rechter inzicht verschaffen in de geraamde baten en de geraamde lasten van de heffing. Als de wederpartij in twijfel trekt of een bepaalde post wel mag worden meegenomen bij de lasten moet de heffingsambtenaar met nadere informatie komen om deze twijfel weg te nemen. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of de desbetreffende post kan worden aangemerkt als een "last ter zake". Is dat niet het geval, dan moet de rechter beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden.

Stelt de wederpartij dat de door de heffingsambtenaar verstrekte gegevens onjuist zijn, dan moet hij, als de heffingsambtenaar zijn stelling betwist, het bewijs van de onjuistheid van deze gegevens leveren. De bewijslast voor de onjuistheid ligt bij de belanghebbende, omdat die onjuistheid een voorwaarde is voor de onverbindendheid van de belastingverordening. Vervolgens is het aan de rechter om te beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden.

 

In een procedure betreffende het rioolafvoerrecht van de gemeente Roosendaal bleek dat in de lastenraming de kosten voor beleidsplannen waren opgenomen. Dat is niet toegestaan. De bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor vervanging waren ten dele bestemd voor uitbreidingsinvesteringen en in zoverre ten onrechte in de lastenraming opgenomen. Daardoor overschreden de geraamde baten de geraamde lasten. Hof Arnhem constateerde dat het rioolafvoerrecht voor de jaren 2001 en 2002 respectievelijk 13,8% en 16,4% te hoog was vastgesteld. De tariefstelling in de gemeentelijke verordening was partiëel onverbindend. Het hof verminderde de opgelegde aanslagen met die percentages.

Wanneer de geraamde baten de geraamde lasten met 25% of meer overstijgen kan de verordening geheel onverbindend zijn als het de gemeente op voorhand duidelijk was dat de geëlimineerde posten niet mochten worden verhaald. In dat geval zouden de aanslagen vernietigd worden.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Gemeentelijke heffingen kennen een wettelijke beperking die inhoudt dat de geraamde opbrengst niet hoger mag zijn dan de lasten die met de heffing worden bestreden. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest uiteengezet hoe de rechter moet omgaan met een beroep op overschrijding van deze limiet. De gemeentelijke heffingsambtenaar is degene die over de noodzakelijke gegevens beschikt voor de beoordeling van dat geschilpunt. Als de heffingsambtenaar de limietoverschrijding betwist, gelden voor de onderbouwing van dat standpunt zwaardere eisen dan gebruikelijk is in een procedure. De heffingsambtenaar moet zijn wederpartij en de rechter inzicht verschaffen in de geraamde baten en de geraamde lasten van de heffing. Als de wederpartij in twijfel trekt of een bepaalde post wel mag worden meegenomen bij de lasten moet de heffingsambtenaar met nadere informatie komen om deze twijfel weg te nemen. Het is dan aan de rechter om te beoordelen of de desbetreffende post kan worden aangemerkt als een "last ter zake". Is dat niet het geval, dan moet de rechter beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Stelt de wederpartij dat de door de heffingsambtenaar verstrekte gegevens onjuist zijn, dan moet hij, als de heffingsambtenaar zijn stelling betwist, het bewijs van de onjuistheid van deze gegevens leveren. De bewijslast voor de onjuistheid ligt bij de belanghebbende, omdat die onjuistheid een voorwaarde is voor de onverbindendheid van de belastingverordening. Vervolgens is het aan de rechter om te beoordelen of de opbrengstlimiet is overschreden.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In een procedure betreffende het rioolafvoerrecht van de gemeente Roosendaal bleek dat in de lastenraming de kosten voor beleidsplannen waren opgenomen. Dat is niet toegestaan. De bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor vervanging waren ten dele bestemd voor uitbreidingsinvesteringen en in zoverre ten onrechte in de lastenraming opgenomen. Daardoor overschreden de geraamde baten de geraamde lasten. Hof Arnhem constateerde dat het rioolafvoerrecht voor de jaren 2001 en 2002 respectievelijk 13,8% en 16,4% te hoog was vastgesteld. De tariefstelling in de gemeentelijke verordening was partiëel onverbindend. Het hof verminderde de opgelegde aanslagen met die percentages. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wanneer de geraamde baten de geraamde lasten met 25% of meer overstijgen kan de verordening geheel onverbindend zijn als het de gemeente op voorhand duidelijk was dat de geëlimineerde posten niet mochten worden verhaald. In dat geval zouden de aanslagen vernietigd worden.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u