Gemeente moest Zalmsnip toch toekennen
De eigenaar van een recreatiewoning in de gemeente Wierden ontving jaarlijks aanslagen onroerende zaakbelastingen, rioolrecht en verontreinigingsheffing. De gemeente weigerde hem de uitbetaling van de Zalmsnip, een vermindering van de lokale lasten van ƒ 100, over de jaren 1998 tot en met 2004, omdat deze alleen werd toegekend aan belastingplichtigen die op 1 januari van het belastingjaar werden aangeslagen in de afvalstoffenheffing. Deze belasting werd geheven van degene die feitelijk gebruik maakte van een perceel waarvoor de gemeente de verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen had. Volgens Hof Arnhem was de recreatiebungalow een perceel in de zin van de belastingverordening. Daarmee was de eigenaar van de recreatiewoning belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing. Voor de aanspraak op de Zalmsnip was niet van belang of de materiële belastingschuld was geformaliseerd in een aanslag binnen de daarvoor geldende driejaarstermijn. Vanwege de belastingplicht voor de afvalstoffenheffing had de woningeigenaar aanspraak op de uitbetaling van de Zalmsnip, ongeacht of hij ook belastingschuldig was.
De eigenaar van een recreatiewoning in de gemeente Wierden ontving jaarlijks aanslagen onroerende zaakbelastingen, rioolrecht en verontreinigingsheffing. De gemeente weigerde hem de uitbetaling van de Zalmsnip, een vermindering van de lokale lasten van ƒ 100, over de jaren 1998 tot en met 2004, omdat deze alleen werd toegekend aan belastingplichtigen die op 1 januari van het belastingjaar werden aangeslagen in de afvalstoffenheffing. Deze belasting werd geheven van degene die feitelijk gebruik maakte van een perceel waarvoor de gemeente de verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen had. Volgens Hof Arnhem was de recreatiebungalow een perceel in de zin van de belastingverordening. Daarmee was de eigenaar van de recreatiewoning belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing. Voor de aanspraak op de Zalmsnip was niet van belang of de materiële belastingschuld was geformaliseerd in een aanslag binnen de daarvoor geldende driejaarstermijn. Vanwege de belastingplicht voor de afvalstoffenheffing had de woningeigenaar aanspraak op de uitbetaling van de Zalmsnip, ongeacht of hij ook belastingschuldig was.