
Voor de toepassing van de sociale werknemersverzekeringswetten geldt als werknemer de natuurlijke persoon die jonger is dan 65 jaar en die in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking werkzaam is. Er bestaat een dienstbetrekking wanneer sprake is van een verplichting tot persoonlijke dienstverrichting, een verplichting tot loonbetaling en een gezagsverhouding. Aan al deze drie criteria moet zijn voldaan. Is aan een van deze criteria niet voldaan, dan is er geen dienstbetrekking.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet de arbeidsverhouding van een echtgenote van een directeur/grootaandeelhouder en ook van iemand die met een dga samenwoont worden getoetst aan de voor een arbeidsovereenkomst geldende criteria. Dat wil zeggen dat aan alle voor een arbeidsovereenkomst geldende vereisten moet zijn voldaan. Meestal ontbreekt in een dergelijke situatie de gezagsverhouding vanwege de familierelatie. Het is aan de partner van de dga om te bewijzen dat er wel een gezagsverhouding is.
Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep slaagde de partner van een dga er niet in aannemelijk te maken dat zij onder vergelijkbare omstandigheden werkzaam was in zijn BV als een willekeurige buitenstaander. Van belang voor die constatering was dat zij langere tijd had gewerkt zonder loon te ontvangen en vervolgens in de loonadministratie werd opgenomen voor een aanzienlijk salaris dat veel hoger was dan de geldende CAO aangaf. Volgens de Centrale Raad van Beroep was haar terecht een WW-uitkering geweigerd nadat de arbeidsverhouding door het faillissement van de BV was geƫindigd.