Geen winstuitdeling goodwill bij maatschap BV en DGA

Een DGA sloot met zijn BV een maatschapsovereenkomst, die op 1 januari 1997 inging. De BV bracht de tot dan toe voor haar rekening uitgeoefende onderneming in de maatschap in. De belastingdienst merkte de inbreng van de goodwill aan als een uitdeling van winst aan de DGA. In de procedure voor Hof Amsterdam stelde de DGA zich op het standpunt dat de BV bij de oprichting van de maatschap zich het recht op de stille reserves en de goodwill had voorbehouden. Het Hof vond de maatschapsovereenkomst reëel. De BV heeft zich door deze overeenkomst geen winst laten ontgaan die zij bij de verkoop van de onderneming aan een derde zou hebben behaald. Volgens het Hof voldeed het door de BV gemaakte voorbehoud aan de voorwaarden van een oude resolutie van Financiën en heeft de BV bij de inbreng geen overdrachts- of herwaarderingswinst gerealiseerd. Dan kan er ook geen uitdeling zijn. De winst van de maatschap in 1998 was hoger dan de arbeidsbeloning voor de DGA. De overwinst is in gelijke delen tussen de DGA en de BV verdeeld. Dat ontkrachtte de stelling van de inspecteur, dat de onderneming na het aangaan van de maatschap in feite volledig voor rekening en risico van de DGA werd uitgeoefend. Het Hof was daarom van oordeel dat de inspecteur niet heeft bewezen dat de door hem gestelde winstuitdeling door de BV aan de DGA zich heeft voorgedaan. De navorderingsaanslag en de opgelegde verhoging zijn daarom vernietigd.
Een DGA sloot met zijn BV een maatschapsovereenkomst, die op 1 januari 1997 inging. De BV bracht de tot dan toe voor haar rekening uitgeoefende onderneming in de maatschap in. De belastingdienst merkte de inbreng van de goodwill aan als een uitdeling van winst aan de DGA. In de procedure voor Hof Amsterdam stelde de DGA zich op het standpunt dat de BV bij de oprichting van de maatschap zich het recht op de stille reserves en de goodwill had voorbehouden. Het Hof vond de maatschapsovereenkomst reëel. De BV heeft zich door deze overeenkomst geen winst laten ontgaan die zij bij de verkoop van de onderneming aan een derde zou hebben behaald. Volgens het Hof voldeed het door de BV gemaakte voorbehoud aan de voorwaarden van een oude resolutie van Financiën en heeft de BV bij de inbreng geen overdrachts- of herwaarderingswinst gerealiseerd. Dan kan er ook geen uitdeling zijn. De winst van de maatschap in 1998 was hoger dan de arbeidsbeloning voor de DGA. De overwinst is in gelijke delen tussen de DGA en de BV verdeeld. Dat ontkrachtte de stelling van de inspecteur, dat de onderneming na het aangaan van de maatschap in feite volledig voor rekening en risico van de DGA werd uitgeoefend. Het Hof was daarom van oordeel dat de inspecteur niet heeft bewezen dat de door hem gestelde winstuitdeling door de BV aan de DGA zich heeft voorgedaan. De navorderingsaanslag en de opgelegde verhoging zijn daarom vernietigd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u