Geen vrijstelling premieplicht voor zeeman met VUT-uitkering
Een in Nederland wonende zeeman genoot in 2003 een VUT-uitkering. Af en toe maakte hij beroepshalve nog zeereizen. Dat gebeurde in de periode van 2002 tot en met 2004 in totaal vier keer. De zeereizen duurden steeds vier tot vijf maanden. In 2003 werkte hij 119 dagen voor een buitenlandse werkgever. Verder verrichtte hij in dat jaar geen arbeid. De vraag was of de zeeman het hele jaar was vrijgesteld van de Nederlandse volksverzekeringen of alleen tijdens de zeereizen. Een inwoner van Nederland is niet volksverzekerd als hij gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht voor een niet in Nederland gevestigde werkgever. Tijdelijke onderbrekingen van de arbeid buiten Nederland wegens werkloosheid worden beschouwd als perioden waarin uitsluitend buiten Nederland arbeid wordt verricht, tenzij tijdens deze perioden arbeid in Nederland wordt verricht. De zeeman beriep zich op deze bepaling ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij het gehele jaar 2003 niet verzekerd was. Er stond echter vast dat de zeeman voor iedere zeereis een arbeidsovereenkomst sloot voor de duur van de reis. De zeeman kon zelf beslissen of hij een vervolgaanbod van de werkgever voor een nieuwe zeereis al dan niet aanvaardde. Volgens Hof Den Bosch was er geen sprake van een tijdelijke onderbreking wegens werkloosheid. Als VUT-gerechtigde nam de zeeman niet actief deel aan het arbeidsproces, omdat tevoren niet vaststond of hij voor een volgende reis beschikbaar zou zijn. Slechts gedurende de reizen was de zeeman niet verzekerd, omdat de reizen steeds langer dan drie maanden duurden.
Een in Nederland wonende zeeman genoot in 2003 een VUT-uitkering. Af en toe maakte hij beroepshalve nog zeereizen. Dat gebeurde in de periode van 2002 tot en met 2004 in totaal vier keer. De zeereizen duurden steeds vier tot vijf maanden. In 2003 werkte hij 119 dagen voor een buitenlandse werkgever. Verder verrichtte hij in dat jaar geen arbeid. De vraag was of de zeeman het hele jaar was vrijgesteld van de Nederlandse volksverzekeringen of alleen tijdens de zeereizen. Een inwoner van Nederland is niet volksverzekerd als hij gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht voor een niet in Nederland gevestigde werkgever. Tijdelijke onderbrekingen van de arbeid buiten Nederland wegens werkloosheid worden beschouwd als perioden waarin uitsluitend buiten Nederland arbeid wordt verricht, tenzij tijdens deze perioden arbeid in Nederland wordt verricht. De zeeman beriep zich op deze bepaling ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij het gehele jaar 2003 niet verzekerd was. Er stond echter vast dat de zeeman voor iedere zeereis een arbeidsovereenkomst sloot voor de duur van de reis. De zeeman kon zelf beslissen of hij een vervolgaanbod van de werkgever voor een nieuwe zeereis al dan niet aanvaardde. Volgens Hof Den Bosch was er geen sprake van een tijdelijke onderbreking wegens werkloosheid. Als VUT-gerechtigde nam de zeeman niet actief deel aan het arbeidsproces, omdat tevoren niet vaststond of hij voor een volgende reis beschikbaar zou zijn. Slechts gedurende de reizen was de zeeman niet verzekerd, omdat de reizen steeds langer dan drie maanden duurden.