
Een van de heffingen die gemeenten kunnen instellen is de precariobelasting. Dat is een heffing op ondermeer het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Het gaat dan om kabels, leidingen en dergelijke voorwerpen.
Voor voorwerpen die zijn aangebracht door of namens de overheid en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de publiekrechtelijke taak gelden vrijstellingen.
De beheerder van het leidingnetwerk voor gas en elektra in de gemeente Leiden claimde toepassing van de vrijstelling omdat de door hem beheerde netten destijds zijn aangelegd door gemeentelijke diensten respectievelijk door energiebedrijven waarvan de aandelen werden gehouden door gemeenten en provincies. De gemeente Leiden was nog steeds aandeelhouder van de moedermaatschappij van de netwerkbeheerder. De aanslag in de precariobelasting beliep een bedrag van € 4 miljoen.
De vrijstelling is naar het oordeel van de rechtbank en het hof niet bedoeld voor privaatrechtelijke rechtspersonen zonder publiekrechtelijke taak. Het beheer van leidingnetwerken voor het transport van elektriciteit en gas is geen publiekrechtelijke taak.