Geen vrijstelling loonbelasting voor duur huwelijkscadeau voor DGA
De wet op de loonbelasting kent een vrijstelling voor geschenken met een in hoofdzaak ideële waarde. Deze vrijstelling geldt alleen als voor de betreffende werknemer deze ideële waarde duidelijk belangrijker is dan de gebruikswaarde of de geldwaarde. Als een werkgever ter gelegenheid van het huwelijk van een werknemer hem een horloge met inscriptie geeft kan de vrijstelling daarop van toepassing zijn. De vrijstelling gaat echter niet zo ver dat elke verstrekking van een horloge, ongeacht de waarde ervan, daaronder valt. Ook voor de jaren vòòr 2001 (de procedure had betrekking op het jaar 1999) moet worden getoetst of de redelijkheid niet wordt overschreden. Een werkgever die aan zijn directeur en enig aandeelhouder bij diens huwelijk een horloge van het merk Breitling met een waarde van € 3.200 gaf, overschreed volgens Hof Amsterdam de grenzen der redelijkheid. Het Hof vond aannemelijk dat de directeur zijn persoonlijke keuze bij de aankoop van het horloge had gemaakt. Niet van belang vond het Hof dat de directeur op het moment van de verstrekking al een horloge bezat en dat hij het gekregen horloge tot op de dag van de zitting niet had verkocht.
De wet op de loonbelasting kent een vrijstelling voor geschenken met een in hoofdzaak ideële waarde. Deze vrijstelling geldt alleen als voor de betreffende werknemer deze ideële waarde duidelijk belangrijker is dan de gebruikswaarde of de geldwaarde. Als een werkgever ter gelegenheid van het huwelijk van een werknemer hem een horloge met inscriptie geeft kan de vrijstelling daarop van toepassing zijn. De vrijstelling gaat echter niet zo ver dat elke verstrekking van een horloge, ongeacht de waarde ervan, daaronder valt. Ook voor de jaren vòòr 2001 (de procedure had betrekking op het jaar 1999) moet worden getoetst of de redelijkheid niet wordt overschreden. Een werkgever die aan zijn directeur en enig aandeelhouder bij diens huwelijk een horloge van het merk Breitling met een waarde van € 3.200 gaf, overschreed volgens Hof Amsterdam de grenzen der redelijkheid. Het Hof vond aannemelijk dat de directeur zijn persoonlijke keuze bij de aankoop van het horloge had gemaakt. Niet van belang vond het Hof dat de directeur op het moment van de verstrekking al een horloge bezat en dat hij het gekregen horloge tot op de dag van de zitting niet had verkocht.