
Tot enkele jaren geleden moest bij de storting op aandelen van een NV of een BV kapitaalsbelasting worden betaald. Er bestond een zogenaamde fusievrijstelling. Op grond van deze vrijstelling hoefde geen kapitaalsbelasting te worden betaald wanneer op uit te geven aandelen andere aandelen of een onderneming werden ingebracht. In geval van oneigenlijk gebruik was de fusievrijstelling niet van toepassing. Een geval van oneigenlijk gebruik deed zich voor in de volgende situatie.
Een echtpaar en hun vijf kinderen waren houders van certificaten die zij in wilden brengen in vijf afzonderlijke NV’s, waarvan de ouders steeds voor 80% en een van de kinderen voor 20% aandeelhouder waren. Daarbij kozen zij ervoor om eerst met een van de kinderen een NV op te richten, waarbij de ouders een deel van hun certificaten inbrachten en het betreffende kind al zijn certificaten inbracht als storting op de aandelen. Over deze storting op aandelen betaalde de NV kapitaalsbelasting. Deze NV richtte op dezelfde dag een dochter-NV op. Ter volstorting van de aandelen van de dochtermaatschappij bracht de NV alle certificaten in. De aandelen in de dochter-NV werden verkocht aan de ouders en kind 2 voor een gelijk aantal certificaten. Deze truc werd herhaald totdat er vijf NV’s waren die elk een gelijk aantal certificaten hielden en waarvan de aandelen steeds in bezit waren van de ouders voor 80% en voor 20% in bezit van één van de kinderen.
Bij de vier volgende stortingen werd een beroep gedaan op de fusievrijstelling.
Het staat een belastingplichtige vrij om de fiscaal gunstigste weg te bewandelen om een reëel en zakelijk doel te bereiken. De grenzen van die vrijheid worden overschreden als een kunstmatige weg wordt gevolgd met geen andere opzet dan belastingbesparing of verijdeling. De Hoge Raad was van oordeel dat in dit geval kunstmatig de voorwaarden zijn gecreëerd waaronder het recht op de vrijstelling bestaat.