Geen vorming voorziening exploitatietekort zwembad voor aanvang bouw
Een ondernemer kan ten laste van zijn winst een voorziening vormen voor toekomstige uitgaven, wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn, dat: 1. de uitgaven worden veroorzaakt door feiten, die zich in de periode voor de balansdatum hebben voorgedaan;2. de uitgaven aan die periode zijn toe te rekenen en3. er een redelijke zekerheid is, dat de uitgaven in de toekomst zullen worden gedaan. Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan kan geen voorziening worden gevormd. Als voorwaarde voor de bouw van een bungalowpark had de gemeente gesteld, dat een zwembad zou worden gebouwd, dat lonend geƫxploiteerd moest worden. De gemeente verstrekte daartoe een bijdrage. De exploitant van het bungalowpark rekende een deel van de verkoopopbrengst van iedere bungalow toe aan het te bouwen zwembad. De kopers waren op de hoogte van het geplande zwembad, maar de bouw daarvan was niet met hen overeengekomen. Naargelang de verkoop van de bungalows vorderde reserveerde de exploitant een deel van de verkoopopbrengst van de bungalows. Vorming van die voorziening werd niet toegestaan, omdat met de bouw van het zwembad in die jaren nog niet was begonnen en een toekomstig exploitatietekort dus niet aan die jaren kon worden toegerekend. Ook de vorming van een winstuitstelpost werd niet toegestaan, omdat er naar de kopers van de bungalows geen verplichting was om het zwembad te bouwen. Er was slechts sprake van gewekte verwachtingen.
Een ondernemer kan ten laste van zijn winst een voorziening vormen voor toekomstige uitgaven, wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn, dat: 1. de uitgaven worden veroorzaakt door feiten, die zich in de periode voor de balansdatum hebben voorgedaan;2. de uitgaven aan die periode zijn toe te rekenen en3. er een redelijke zekerheid is, dat de uitgaven in de toekomst zullen worden gedaan. Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan, dan kan geen voorziening worden gevormd. Als voorwaarde voor de bouw van een bungalowpark had de gemeente gesteld, dat een zwembad zou worden gebouwd, dat lonend geƫxploiteerd moest worden. De gemeente verstrekte daartoe een bijdrage. De exploitant van het bungalowpark rekende een deel van de verkoopopbrengst van iedere bungalow toe aan het te bouwen zwembad. De kopers waren op de hoogte van het geplande zwembad, maar de bouw daarvan was niet met hen overeengekomen. Naargelang de verkoop van de bungalows vorderde reserveerde de exploitant een deel van de verkoopopbrengst van de bungalows. Vorming van die voorziening werd niet toegestaan, omdat met de bouw van het zwembad in die jaren nog niet was begonnen en een toekomstig exploitatietekort dus niet aan die jaren kon worden toegerekend. Ook de vorming van een winstuitstelpost werd niet toegestaan, omdat er naar de kopers van de bungalows geen verplichting was om het zwembad te bouwen. Er was slechts sprake van gewekte verwachtingen.