Geen verzuimboete te late inlevering aangifte door extra uitstel
Wegens het te laat indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 1998 legde de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag over dat jaar een verzuimboete op van € 2.500. Voor het doen van de aangifte had de inspecteur uitstel verleend tot 29 februari 2000. Met dagtekening 15 maart 2000 verstuurde de inspecteur een aanmaning. Op 24 mei 2000 volgde een tweede aanmaning en op 14 juni 2000 een derde aanmaning. Op grond van de derde aanmaning had de BV tot 5 juli 2000 de gelegenheid om de aangifte in te dienen. De belastingdienst ontving de aangifte vennootschapsbelasting 1998 op 20 juni 2000. De rechtbank Breda was van oordeel dat de derde aanmaning een door de inspecteur verleende termijnverlenging voor het indienen van de aangifte was. De aangifte was binnen de in de derde aanmaning genoemde termijn ingeleverd en dus op tijd binnen gekomen. Dat betekende dat de verzuimboete ten onrechte was opgelegd.
Wegens het te laat indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 1998 legde de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag over dat jaar een verzuimboete op van € 2.500. Voor het doen van de aangifte had de inspecteur uitstel verleend tot 29 februari 2000. Met dagtekening 15 maart 2000 verstuurde de inspecteur een aanmaning. Op 24 mei 2000 volgde een tweede aanmaning en op 14 juni 2000 een derde aanmaning. Op grond van de derde aanmaning had de BV tot 5 juli 2000 de gelegenheid om de aangifte in te dienen. De belastingdienst ontving de aangifte vennootschapsbelasting 1998 op 20 juni 2000. De rechtbank Breda was van oordeel dat de derde aanmaning een door de inspecteur verleende termijnverlenging voor het indienen van de aangifte was. De aangifte was binnen de in de derde aanmaning genoemde termijn ingeleverd en dus op tijd binnen gekomen. Dat betekende dat de verzuimboete ten onrechte was opgelegd.