Geen vervangingsreserve door ontbreken voornemen tot vervanging verkocht pand
In een procedure over de aanslag vennootschapsbelasting 1998 stelde Hof Den Haag vast, dat de BV op 31 december geen voornemen had om het door haar vervreemde bedrijfspand te vervangen. Daarom kon de BV geen vervangingsreserve voor de met de verkoop van het pand behaalde boekwinst vormen. Ook kon de BV niet met toepassing van de ruilarresten de winst reserveren. Volgens de Hoge Raad ging het Hof niet van een onjuiste rechtsopvatting uit. Omdat het oordeel samenhing met waarderingen van feitelijke aard kon het in cassatie verder niet op juistheid worden getoetst.
In een procedure over de aanslag vennootschapsbelasting 1998 stelde Hof Den Haag vast, dat de BV op 31 december geen voornemen had om het door haar vervreemde bedrijfspand te vervangen. Daarom kon de BV geen vervangingsreserve voor de met de verkoop van het pand behaalde boekwinst vormen. Ook kon de BV niet met toepassing van de ruilarresten de winst reserveren. Volgens de Hoge Raad ging het Hof niet van een onjuiste rechtsopvatting uit. Omdat het oordeel samenhing met waarderingen van feitelijke aard kon het in cassatie verder niet op juistheid worden getoetst.