Geen verontreinigingsheffing bij lozing op oppervlaktewater van waterschap

In 2003 vernietigde Hof Den Bosch een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing rijkswateren, die was opgelegd aan een waterschap. Naar het oordeel van het Hof deed het belastbare feit – het brengen van stoffen in oppervlaktewater - zich niet voor. Het waterschap had een rioolwaterzuiveringsinstallatie voorzien van een vijverstelsel, waarin het water werd nagezuiverd. Dat vijverstelsel merkte het Hof aan als een oppervlaktewater. De verontreinigingen in het afvalwater bevonden zich daardoor al in oppervlaktewater voordat de lozing uit het vijverstelsel op rijksoppervlaktewater plaatsvond. Het belastbare feit deed zich niet voor, omdat van oppervlaktewater in oppervlaktewater werd afgevoerd. Er was geen sprake van het brengen van stoffen in oppervlaktewater. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen. Het oordeel van het Hof dat het vijverstelsel geen zuiveringtechnisch werk vormde was juist. Uit het systeem van de wet volgt dat een oppervlaktewater niet tegelijkertijd een zuiveringtechnisch werk kan zijn. Volgens de Hoge Raad geldt het omgekeerde evenzeer: een zuiveringtechnisch werk kan niet tegelijkertijd oppervlaktewater zijn. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof de kenmerken van de afvoersloot, de afvoervijver en de buffervijvers die erop wijzen dat zij (onderdeel van) een zuiveringtechnisch werk zijn van minder gewicht geacht dan de kenmerken die wijzen op oppervlaktewater. Die afweging en het daarop gebaseerde oordeel behoefden geen nadere motivering en zijn niet onbegrijpelijk.
In 2003 vernietigde Hof Den Bosch een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing rijkswateren, die was opgelegd aan een waterschap. Naar het oordeel van het Hof deed het belastbare feit – het brengen van stoffen in oppervlaktewater - zich niet voor. Het waterschap had een rioolwaterzuiveringsinstallatie voorzien van een vijverstelsel, waarin het water werd nagezuiverd. Dat vijverstelsel merkte het Hof aan als een oppervlaktewater. De verontreinigingen in het afvalwater bevonden zich daardoor al in oppervlaktewater voordat de lozing uit het vijverstelsel op rijksoppervlaktewater plaatsvond. Het belastbare feit deed zich niet voor, omdat van oppervlaktewater in oppervlaktewater werd afgevoerd. Er was geen sprake van het brengen van stoffen in oppervlaktewater. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Hof afgewezen. Het oordeel van het Hof dat het vijverstelsel geen zuiveringtechnisch werk vormde was juist. Uit het systeem van de wet volgt dat een oppervlaktewater niet tegelijkertijd een zuiveringtechnisch werk kan zijn. Volgens de Hoge Raad geldt het omgekeerde evenzeer: een zuiveringtechnisch werk kan niet tegelijkertijd oppervlaktewater zijn. Volgens de Hoge Raad heeft het Hof de kenmerken van de afvoersloot, de afvoervijver en de buffervijvers die erop wijzen dat zij (onderdeel van) een zuiveringtechnisch werk zijn van minder gewicht geacht dan de kenmerken die wijzen op oppervlaktewater. Die afweging en het daarop gebaseerde oordeel behoefden geen nadere motivering en zijn niet onbegrijpelijk.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u