Geen vermindering verontreinigingsheffing
Op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO) wordt verontreinigingsheffing geheven. De heffing is gebaseerd op de hoeveelheid gebruikt water vermenigvuldigd met de vervuilingsfactor van het water, de afvalwatercoëfficiënt. De vervuilingsfactor wordt afhankelijk van de aard van een bedrijf bepaald. De wet kent niet de mogelijkheid om rekening te houden met een hoeveelheid water die niet is geloosd op de riolering maar op andere wijze, bijvoorbeeld via verdamping, verdwijnt. Volgens de rechtbank Den Haag volgt ook uit doel en strekking van de regeling niet dat een dergelijke vermindering zou moeten plaatsvinden. Het forfaitaire karakter van de regeling (vermenigvuldiging van de hoeveelheid water met de afvalwatercoëfficiënt in plaats van meting van de werkelijke lozing op de riolering) verhindert volgens de rechtbank een dergelijke vermindering.
Op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO) wordt verontreinigingsheffing geheven. De heffing is gebaseerd op de hoeveelheid gebruikt water vermenigvuldigd met de vervuilingsfactor van het water, de afvalwatercoëfficiënt. De vervuilingsfactor wordt afhankelijk van de aard van een bedrijf bepaald. De wet kent niet de mogelijkheid om rekening te houden met een hoeveelheid water die niet is geloosd op de riolering maar op andere wijze, bijvoorbeeld via verdamping, verdwijnt. Volgens de rechtbank Den Haag volgt ook uit doel en strekking van de regeling niet dat een dergelijke vermindering zou moeten plaatsvinden. Het forfaitaire karakter van de regeling (vermenigvuldiging van de hoeveelheid water met de afvalwatercoëfficiënt in plaats van meting van de werkelijke lozing op de riolering) verhindert volgens de rechtbank een dergelijke vermindering.