Geen vermindering omzetbelasting voor cash back
Ondernemers die voor de omzetbelasting belaste prestaties verrichten moeten over de vergoeding die zij aan hun afnemers in rekening brengen omzetbelasting berekenen. Verleende kortingen verminderen de vergoeding en dus de basis voor de berekening van omzetbelasting. Wanneer een afnemer de vergoeding geheel of gedeeltelijk niet betaalt, kan de ondernemer een evenredig deel van de omzetbelasting terugvragen. Bedragen die een ondernemer aan een ander uitkeert om omzet te behalen, zoals het doorbetalen van een deel van de provisie die een ondernemer ontvangt voor het aanbrengen van klanten bij een andere ondernemer, verminderen niet de vergoeding die de ondernemer voor zijn prestaties aan zijn afnemers in rekening brengt. Gevolg daarvan is dat dergelijke betalingen voor de omzetbelasting die de ondernemer moet betalen aan de belastingdienst niet van belang zijn. Deze situatie doet zich voor bij aanbieders van telefoons en telefoonabonnementen. Dergelijke aanbieders zijn vaak intermediairs die bemiddelen bij het afsluiten van abonnementen tussen klanten en providers. Voor het aanbrengen van klanten ontvangen zij provisie van de provider. Om klanten binnen te halen betalen zij een deel van deze provisie door aan de klant in de vorm van een zogenaamde “cash back”. De cash back heeft voor de consument het karakter van een prijsvermindering. Deze wordt echter niet verleend door de provider, maar door de intermediair. Het niet in aftrek mogen brengen van de cash back op de belaste omzet leidt tot een dubbele heffing van omzetbelasting. Volgens de rechtbank Breda is dat niet in strijd met het neutraliteitsbeginsel in de omzetbelasting, omdat de dubbele heffing wordt veroorzaakt door een geldstroom die niet het gevolg is van een voor de omzetbelasting relevante prestatie.
Ondernemers die voor de omzetbelasting belaste prestaties verrichten moeten over de vergoeding die zij aan hun afnemers in rekening brengen omzetbelasting berekenen. Verleende kortingen verminderen de vergoeding en dus de basis voor de berekening van omzetbelasting. Wanneer een afnemer de vergoeding geheel of gedeeltelijk niet betaalt, kan de ondernemer een evenredig deel van de omzetbelasting terugvragen. Bedragen die een ondernemer aan een ander uitkeert om omzet te behalen, zoals het doorbetalen van een deel van de provisie die een ondernemer ontvangt voor het aanbrengen van klanten bij een andere ondernemer, verminderen niet de vergoeding die de ondernemer voor zijn prestaties aan zijn afnemers in rekening brengt. Gevolg daarvan is dat dergelijke betalingen voor de omzetbelasting die de ondernemer moet betalen aan de belastingdienst niet van belang zijn. Deze situatie doet zich voor bij aanbieders van telefoons en telefoonabonnementen. Dergelijke aanbieders zijn vaak intermediairs die bemiddelen bij het afsluiten van abonnementen tussen klanten en providers. Voor het aanbrengen van klanten ontvangen zij provisie van de provider. Om klanten binnen te halen betalen zij een deel van deze provisie door aan de klant in de vorm van een zogenaamde “cash back”. De cash back heeft voor de consument het karakter van een prijsvermindering. Deze wordt echter niet verleend door de provider, maar door de intermediair. Het niet in aftrek mogen brengen van de cash back op de belaste omzet leidt tot een dubbele heffing van omzetbelasting. Volgens de rechtbank Breda is dat niet in strijd met het neutraliteitsbeginsel in de omzetbelasting, omdat de dubbele heffing wordt veroorzaakt door een geldstroom die niet het gevolg is van een voor de omzetbelasting relevante prestatie.