Geen verlengde navorderingstermijn voor kostenaftrek
Wanneer achteraf blijkt dat de belastingdienst een te lage aanslag heeft opgelegd kan de belastingdienst dat corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. De normale termijn voor het opleggen van navorderingsaanslag is vijf jaar. Er geldt een verlengde termijn van twaalf jaar wanneer te weinig belasting is geheven over een buitenlands inkomens- of vermogensbestanddeel. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij het instellen van de verlengde navorderingstermijn aan baten dacht en niet aan de aftrekbaarheid van kosten. De verruiming van de navorderingsbevoegdheid dient ter compensatie van het gebrek aan controlebevoegdheden van de belastingdienst bij buitenlandse inkomsten.
In een voorkomend geval legde de inspecteur een navorderingsaanslag op die betrekking had op al dan niet aftrekbare uitgaven. Het ging om in de jaren 1994 en 1995 gedane vooruitbetalingen aan een buitenlandse ondernemer die diensten verrichtte voor een Nederlands bedrijf. Het Nederlandse bedrijf bracht deze bedragen in het jaar van betaling ten laste van de fiscale winst. De navorderingsaanslagen werden opgelegd ter correctie van deze aftrek. De uitgaven werden in de jaren 1994 en 1995 als kosten vermeld in de boekhouding en de jaarrekening. De belastingdienst was dus niet beperkt in de controlemogelijkheden. Voor dergelijke gevallen is de verlengde navorderingstermijn niet bedoeld. Hof Arnhem vernietigde de navorderingsaanslagen.
Wanneer achteraf blijkt dat de belastingdienst een te lage aanslag heeft opgelegd kan de belastingdienst dat corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. De normale termijn voor het opleggen van navorderingsaanslag is vijf jaar. Er geldt een verlengde termijn van twaalf jaar wanneer te weinig belasting is geheven over een buitenlands inkomens- of vermogensbestanddeel. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij het instellen van de verlengde navorderingstermijn aan baten dacht en niet aan de aftrekbaarheid van kosten. De verruiming van de navorderingsbevoegdheid dient ter compensatie van het gebrek aan controlebevoegdheden van de belastingdienst bij buitenlandse inkomsten.
In een voorkomend geval legde de inspecteur een navorderingsaanslag op die betrekking had op al dan niet aftrekbare uitgaven. Het ging om in de jaren 1994 en 1995 gedane vooruitbetalingen aan een buitenlandse ondernemer die diensten verrichtte voor een Nederlands bedrijf. Het Nederlandse bedrijf bracht deze bedragen in het jaar van betaling ten laste van de fiscale winst. De navorderingsaanslagen werden opgelegd ter correctie van deze aftrek. De uitgaven werden in de jaren 1994 en 1995 als kosten vermeld in de boekhouding en de jaarrekening. De belastingdienst was dus niet beperkt in de controlemogelijkheden. Voor dergelijke gevallen is de verlengde navorderingstermijn niet bedoeld. Hof Arnhem vernietigde de navorderingsaanslagen.