
De regelgeving voor de omzetbelasting kent een bijzondere regeling voor gebruikte goederen. In plaats van heffing van omzetbelasting over de volledige prijs die in rekening wordt gebracht onder aftrek door de ondernemer van de hem in rekening gebrachte belasting, vindt belastingheffing plaats over de marge van de ondernemer. Over de toepassing van de regeling voor gebruikte goederen zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie EU.
Deze vragen hebben betrekking op de inhoud van het begrip “gebruikte goederen” en dan met name of daaronder ook gebruikte roerende goederen die niet voldoende geïndividualiseerd zijn om zich te onderscheiden van andere goederen van dezelfde soort vallen, en de bevoegdheid van de lidstaten om zelf het begrip “gebruikte goederen” te omschrijven. Daarnaast is aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd of de levering van gebruikte goederen binnen de Gemeenschap ook de invoer van gebruikte goederen door de belastingplichtige wederverkoper zelf omvat. Dat laatste is volgens het Hof van Justitie EU niet het geval. De margeregeling is niet van toepassing op leveringen van goederen die een belastingplichtige wederverkoper zelf in de Unie onder toepassing van de normale btw-regeling heeft ingevoerd. Verdere uitleg van het begrip gebruikte goederen was in deze casus daarom niet nodig.