Geen toepassing landbouwregeling op aan landbouwers uitgereikte certificaten
De Wet op de Omzetbelasting kent een bijzondere regeling voor landbouwers. Hun afnemers hebben het recht om een vast percentage van het aan ter zake van hun leveranties in rekening gebrachte bedrag als voorbelasting af te trekken. Het in rekening gebrachte bedrag is volgens Hof Leeuwarden hetzelfde als het in de wet gebruikte begrip vergoeding. De vergoeding is het totale bedrag dat ter zake van de levering of de dienst in rekening wordt gebracht. Wordt meer voldaan dan in rekening is gebracht, dan geldt het voldane bedrag als vergoeding. Er moet derhalve een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte prestatie en de ontvangen tegenwaarde. Een coöperatie die certificaten toekende aan leden en aan niet leden wilde de waarde daarvan toerekenen aan leveranties om zodoende voorbelasting over de waarde van de certificaten terug te kunnen vragen. Hof Leeuwarden was echter van oordeel dat sprake was van de verdeling van vermogen en dat voor een eerlijke verdeling van dit vermogen ten dele aansluiting was gezocht bij de leveranties. Het toekennen van certificaten van aandelen aan niet-leden (kwekers en leveranciers) en personeel naar een veel lagere/andere grondslag past in deze conclusie omdat deze groep met haar prestaties wel heeft bijgedragen aan de opbouw van dit vermogen, maar daartoe op grond van de statuten van de coöperatie niet gerechtigd was.
De Wet op de Omzetbelasting kent een bijzondere regeling voor landbouwers. Hun afnemers hebben het recht om een vast percentage van het aan ter zake van hun leveranties in rekening gebrachte bedrag als voorbelasting af te trekken. Het in rekening gebrachte bedrag is volgens Hof Leeuwarden hetzelfde als het in de wet gebruikte begrip vergoeding. De vergoeding is het totale bedrag dat ter zake van de levering of de dienst in rekening wordt gebracht. Wordt meer voldaan dan in rekening is gebracht, dan geldt het voldane bedrag als vergoeding. Er moet derhalve een rechtstreeks verband bestaan tussen de verrichte prestatie en de ontvangen tegenwaarde. Een coöperatie die certificaten toekende aan leden en aan niet leden wilde de waarde daarvan toerekenen aan leveranties om zodoende voorbelasting over de waarde van de certificaten terug te kunnen vragen. Hof Leeuwarden was echter van oordeel dat sprake was van de verdeling van vermogen en dat voor een eerlijke verdeling van dit vermogen ten dele aansluiting was gezocht bij de leveranties. Het toekennen van certificaten van aandelen aan niet-leden (kwekers en leveranciers) en personeel naar een veel lagere/andere grondslag past in deze conclusie omdat deze groep met haar prestaties wel heeft bijgedragen aan de opbouw van dit vermogen, maar daartoe op grond van de statuten van de coöperatie niet gerechtigd was.