Geen toepassing gelijkheidsbeginsel omdat bewuste begunstiging ontbrak

De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Haag over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel vernietigd. De uitspraak had betrekking op de aanslagen inkomstenbelasting 2000 van twee broers, die samen een akkerbouwbedrijf exploiteerden, waarvan zij beiden voor 50 % eigenaar waren. Bij de staking van het bedrijf gingen het bedrijfspand en de grond over naar het privé-vermogen van de broers. Het perceel grond werd minnelijk getaxeerd. De waarde in het economische verkeer werd op ƒ 102.000 gesteld; de waarde bij agrarische bestemming werd op ƒ 62.000 gesteld. In afwijking van de gedane aangifte inkomstenbelasting telde de inspecteur bij een van de broers met betrekking tot het perceel een bedrag van ƒ 20.000 als bestemmingswijzigingswinst bij het inkomen. Bij de andere broer werd deze correctie op het inkomen niet aangebracht. Hof Den Haag was van oordeel dat de inspecteur deze broer bewust had begunstigd door de correctie niet aan te brengen. Wegens schending van het gelijkheidsbeginsel draaide het Hof de aangebrachte correctie terug. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd, omdat niet vaststond dat de aangifte van de begunstigde broer was gevolgd na op juistheid te zijn onderzocht. De inspecteur had voor het Hof verklaard dat deze aangifte door een fout bij de selectieprocedure niet was onderzocht. Door het ontbreken van een onderbouwing was het oordeel van het Hof dat de inspecteur een van de broers bewust had begunstigd onbegrijpelijk. De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam.
De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Den Haag over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel vernietigd. De uitspraak had betrekking op de aanslagen inkomstenbelasting 2000 van twee broers, die samen een akkerbouwbedrijf exploiteerden, waarvan zij beiden voor 50 % eigenaar waren. Bij de staking van het bedrijf gingen het bedrijfspand en de grond over naar het privé-vermogen van de broers. Het perceel grond werd minnelijk getaxeerd. De waarde in het economische verkeer werd op ƒ 102.000 gesteld; de waarde bij agrarische bestemming werd op ƒ 62.000 gesteld. In afwijking van de gedane aangifte inkomstenbelasting telde de inspecteur bij een van de broers met betrekking tot het perceel een bedrag van ƒ 20.000 als bestemmingswijzigingswinst bij het inkomen. Bij de andere broer werd deze correctie op het inkomen niet aangebracht. Hof Den Haag was van oordeel dat de inspecteur deze broer bewust had begunstigd door de correctie niet aan te brengen. Wegens schending van het gelijkheidsbeginsel draaide het Hof de aangebrachte correctie terug. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd, omdat niet vaststond dat de aangifte van de begunstigde broer was gevolgd na op juistheid te zijn onderzocht. De inspecteur had voor het Hof verklaard dat deze aangifte door een fout bij de selectieprocedure niet was onderzocht. Door het ontbreken van een onderbouwing was het oordeel van het Hof dat de inspecteur een van de broers bewust had begunstigd onbegrijpelijk. De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u