
Een ondernemer heeft recht op verhoging van de zelfstandigenaftrek en op willekeurige afschrijving voor startende ondernemers als hij in een of meer van de vijf voorgaande kalenderjaren geen ondernemer was.
In een procedure claimde iemand deze startersfaciliteiten. De belanghebbende had vanaf 1990 een onderneming gedreven maar stelde zich op het standpunt dat hij vanaf 1999 geen ondernemer meer was vanwege de bescheiden omvang van zijn activiteiten.
Hof Arnhem was van oordeel dat de belanghebbende er niet in was geslaagd om aannemelijk te maken dat hij zijn onderneming had gestaakt. De activiteiten waren wel bescheiden van omvang, maar nog steeds vergelijkbaar. De opbrengsten waren gedurende een reeks van jaren positief geweest en de belanghebbende had ook steeds kapitaal geïnvesteerd in de onderneming.