
Wanneer een ondernemer een bedrijfsmiddel, bijvoorbeeld het bedrijfspand, verkoopt, kan hij voor het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde een herinvesteringsreserve vormen. Verkoopt de ondernemer niet alleen het pand, maar ook de inventaris en de bedrijfsvoering, dan is veelal geen sprake van de verkoop van een bedrijfsmiddel maar van de overdracht van een onderneming. Voor de inkomstenbelasting houdt dat staking van de onderneming in.
Een ondernemer die een tweetal cafés uitbaatte, verkocht een café. De inspecteur ging uit van een gedeeltelijke staking van de onderneming. Hof Amsterdam volgde de opvatting van de ondernemer dat hij na de verkoop van dit café doende was geweest met het zoeken naar een vervangende horecagelegenheid. Volgens het hof betekende dit dat, los van de vraag of sprake was van twee ondernemingen of van één onderneming, dat de ondernemer zijn bedrijf niet had gestaakt. Het hof vond het feit dat de ondernemer bij de verkoop van het café niet alleen alle activa had overgedragen, maar ook de arbeidsovereenkomsten van het personeel, onvoldoende om te concluderen tot staking, zolang de ondernemer het voornemen had om binnen redelijke termijn tot een passende vervanging over te gaan. Dat meer dan twee jaar was verstreken tussen de verkoop van het café en de overname van een ander café vond het hof evenmin aanleiding om een staking aan te nemen.
Dat betekende dat de ondernemer een herinvesteringsreserve kon vormen voor de gerealiseerde boekwinst op de verkoop van het café.