Geen schending zorgvuldigheidsbeginsel

De berekening van heffingsrente blijft aanleiding tot procedures bij de rechter. In een arrest uit 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel schendt wanneer hij zich niet houdt aan de beleidsregel om binnen drie maanden na de ontvangst van een aangifte inkomstenbelasting een (voorlopige) aanslag op te leggen. Die schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is dan aanleiding om de berekening van heffingsrente te beperken. Hof Arnhem meent naar aanleiding van dit arrest dat er ook sprake is van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wanneer de inspecteur niet binnen drie maanden na de ontvangst van de aangifte van de echtgenoot van iemand, die zelf geen aangifte doet, aan deze persoon geen aanslag oplegt. Het hof heeft daarom de berekening van heffingsrente aan de persoon, die zelf geen aangifte heeft gedaan, beperkt.

 

De Hoge Raad deelt de opvatting van Hof Arnhem niet. In dit geval heeft de belanghebbende niet zelf een aangifte inkomstenbelasting gedaan en ook niet gevraagd om haar een nadere voorlopige aanslag op te leggen. De aangifte van de echtgenoot is geen aangifte van de belanghebbende en ook geen verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen. Dat betekent dat de beleidsregel dat binnen drie maanden na het indienen van een aangifte of een verzoek een voorlopige aanslag moet worden opgelegd, niet van toepassing is. Het zorgvuldigheidsbeginsel is dan ook niet geschonden.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De berekening van heffingsrente blijft aanleiding tot procedures bij de rechter. In een arrest uit 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel schendt wanneer hij zich niet houdt aan de beleidsregel om binnen drie maanden na de ontvangst van een aangifte inkomstenbelasting een (voorlopige) aanslag op te leggen. Die schending van het zorgvuldigheidsbeginsel is dan aanleiding om de berekening van heffingsrente te beperken. Hof Arnhem meent naar aanleiding van dit arrest dat er ook sprake is van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wanneer de inspecteur niet binnen drie maanden na de ontvangst van de aangifte van de echtgenoot van iemand, die zelf geen aangifte doet, aan deze persoon geen aanslag oplegt. Het hof heeft daarom de berekening van heffingsrente aan de persoon, die zelf geen aangifte heeft gedaan, beperkt. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad deelt de opvatting van Hof Arnhem niet. In dit geval heeft de belanghebbende niet zelf een aangifte inkomstenbelasting gedaan en ook niet gevraagd om haar een nadere voorlopige aanslag op te leggen. De aangifte van de echtgenoot is geen aangifte van de belanghebbende en ook geen verzoek om een voorlopige aanslag op te leggen. Dat betekent dat de beleidsregel dat binnen drie maanden na het indienen van een aangifte of een verzoek een voorlopige aanslag moet worden opgelegd, niet van toepassing is. Het zorgvuldigheidsbeginsel is dan ook niet geschonden.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u