
Hof Den Bosch was van oordeel dat een buitenlands belastingplichtige recht had op de ouderentoeslag in box 3 en op het inkomstenbelastingdeel van de ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting. Het hof meende dat deze toeslag en kortingen persoonlijke aftrekken waren zoals bedoeld in het belastingverdrag met Belgiƫ. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet en verwijst naar een arrest uit 1996. Daarin is uitgelegd dat het gaat om alle aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen die verband houden met rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichtingen en lasten van de belastingplichtige. De ouderentoeslag in box 3 en de ouderenkorting horen daar niet bij. Als de belanghebbende in het onderhavige jaar in Nederland zou hebben gewoond, zou zij de aanvullende ouderenkorting hebben gekregen omdat zij een AOW-uitkering voor een ongehuwde kreeg. Ook deze aanvullende korting had dus geen verband met rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichtingen en lasten. De uitkomst was dat de belanghebbende geen recht had op de ouderentoeslag in box 3, de ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting.