
Volgens de Nederlandse Wet IB 2001 is iemand die in het buitenland woont en inkomen uit Nederland ontvangt beperkt belastingplichtig.
Dat gold voor een op Cyprus wonende en werkende Nederlander die een lijfrente-uitkering uit Nederland ontving. De man claimde de aftrek van alimentatie voor zijn ex-echtgenote en voor bijdragen in het levensonderhoud van zijn kinderen. De inspecteur weigerde de aftrek.
De belanghebbende deed ondermeer een beroep op het EU-recht. Het inkomen uit Cyprus bedroeg meer dan 10% van het totale inkomen.
Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EU mogen lidstaten verschil maken in behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, bijvoorbeeld door bepaalde belastingvoordelen alleen aan ingezetenen te verlenen. Er is pas sprake van verboden discriminatie als een niet-ingezetene in eigen land geen inkomsten van betekenis geniet en het grootste deel van zijn belastbare inkomen verwerft door in een andere lidstaat te werken. In dat geval moet de werkstaat de niet-ingezetene dezelfde faciliteiten verlenen als ingezetenen.
De inwoner van Cyprus voldeed niet aan het criterium dat hij zijn inkomen geheel of nagenoeg geheel in Nederland verwierf. Daarom had hij geen recht op aftrek.