
De Wet op de Omzetbelasting kent een aantal vrijgestelde prestaties. Ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten hoeven geen omzetbelasting te berekenen, maar hebben geen recht op aftrek van de omzetbelasting die zij door andere ondernemers in rekening gebracht krijgen.
Een speeltuinvereniging, die een terrein exploiteerde met een grote vijver, een speeltuin en een klein kinderzwembadje, verrichtte van omzetbelasting vrijgestelde prestaties. De verhuur van kano’s waarmee in de vijver kan worden gevaren, de exploitatie van de kantine en de verhuur van de kantine leverden aanvullende opbrengsten op. De verkoopactiviteiten vanuit de kantine waren volgens de rechtbank fondswervende activiteiten van bijkomstige aard. Omdat de opbrengsten van deze verkoopactiviteiten lager waren dan de grensbedragen die in de Wet OB worden genoemd, vielen deze onder de vrijstelling die gold voor de primaire activiteiten. Omdat alle prestaties waren vrijgesteld had de inspecteur terecht de eerder gedane teruggaven ongedaan gemaakt door het opleggen van een naheffingsaanslag.