Geen premieplicht voor zzp-ers binnen duikersbedrijf op grond van gelijkheidsbeginsel

Een duikbedrijf maakte voor zijn werkzaamheden gebruik van duikers die in dienstbetrekking werkten en van duikers met een zogeheten zzp-verklaring (zelfstandigen zonder personeel). Bij een in 2001 uitgevoerde looncontrole concludeerde het UWV dat deze zzp-ers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot het duikbedrijf. In het looncontrolerapport werd vermeld dat er geen premieplicht voor het verleden was. Met ingang van 1 januari 2002 moest het bedrijf premies inhouden over de betalingen aan de zzp-ers. De rechtbank was van oordeel dat de zzp-ers verplicht verzekerd waren, maar dat de premieplicht in strijd met het gelijkheidsbeginsel was. Zowel het duikbedrijf als het UWV ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het duikbedrijf was van mening dat er geen gezagsverhouding bestond ten aanzien van de zzp-ers. De Centrale Raad van Beroep was het daarmee niet eens. De werkzaamheden van de zzp-ers verschilden niet van de werkzaamheden van het eigen personeel. Het UWV was van mening dat er wel sprake was van premieplicht. Ook dat standpunt wees de Centrale Raad van Beroep af. Bij eerdere looncontroles bij het duikbedrijf had het UWV nooit premieplicht voor de zzp-ers vastgesteld. Ook bij concurrenten van het duikbedrijf was in het verleden nooit premieplicht voor zzp-ers vastgesteld. Slechts bij één ander bedrijf had het UWV met ingang van een toekomstige datum premieplicht vastgesteld. Gelet op de concurrentie en het geringe aantal bedrijven in de branche en de onderlinge vergelijkbaarheid van die bedrijven zijn en de mislukte poging om een convenant te sluiten over verzekerings- en premieplicht van zzp-ers met de brancheorganisatie, was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat het UWV de in de branche opererende bedrijven ongelijk behandelde.
Een duikbedrijf maakte voor zijn werkzaamheden gebruik van duikers die in dienstbetrekking werkten en van duikers met een zogeheten zzp-verklaring (zelfstandigen zonder personeel). Bij een in 2001 uitgevoerde looncontrole concludeerde het UWV dat deze zzp-ers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot het duikbedrijf. In het looncontrolerapport werd vermeld dat er geen premieplicht voor het verleden was. Met ingang van 1 januari 2002 moest het bedrijf premies inhouden over de betalingen aan de zzp-ers. De rechtbank was van oordeel dat de zzp-ers verplicht verzekerd waren, maar dat de premieplicht in strijd met het gelijkheidsbeginsel was. Zowel het duikbedrijf als het UWV ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het duikbedrijf was van mening dat er geen gezagsverhouding bestond ten aanzien van de zzp-ers. De Centrale Raad van Beroep was het daarmee niet eens. De werkzaamheden van de zzp-ers verschilden niet van de werkzaamheden van het eigen personeel. Het UWV was van mening dat er wel sprake was van premieplicht. Ook dat standpunt wees de Centrale Raad van Beroep af. Bij eerdere looncontroles bij het duikbedrijf had het UWV nooit premieplicht voor de zzp-ers vastgesteld. Ook bij concurrenten van het duikbedrijf was in het verleden nooit premieplicht voor zzp-ers vastgesteld. Slechts bij één ander bedrijf had het UWV met ingang van een toekomstige datum premieplicht vastgesteld. Gelet op de concurrentie en het geringe aantal bedrijven in de branche en de onderlinge vergelijkbaarheid van die bedrijven zijn en de mislukte poging om een convenant te sluiten over verzekerings- en premieplicht van zzp-ers met de brancheorganisatie, was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat het UWV de in de branche opererende bedrijven ongelijk behandelde.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u