Geen premienota's met terugwerkende kracht wegens onjuist besluit UWV
Een werkgever meldde een werknemer per 1 september 2000 aan als verzekeringsplichtige bij het UWV. Het UWV besloot echter op 12 oktober 2000 dat de werknemer vanwege zijn aandelenbelang in de werkgever niet verzekeringsplichtig was. Bij besluit van 7 januari 2004 merkte het UWV de werknemer met ingang van 12 oktober 2000 wel als verzekeringsplichtig aan, hoewel er in de tussenliggende periode niets was gewijzigd. De werkgever verzocht het UWV om de ingangsdatum van de verzekeringsplicht op een latere datum vast te stellen, maar het UWV kwam aan dat verzoek niet tegemoet. Vervolgens legde het UWV correctienota’s op over de jaren 2000 tot en met 2003. Er volgde een procedure over de vraag vanaf welk moment de werknemer verzekeringsplichtig was. De verzekeringsplicht als zodanig stond niet ter discussie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de werknemer vanaf de oprichting van de vennootschap altijd een minderheidsbelang gehad en is hij nooit feitelijk DGA geweest. Er bestond vanaf 1 september 2000 een privaatrechtelijke dienstbetrekking en daarmee vanaf die datum verzekeringsplicht, aangezien deze van rechtswege volgt uit het bestaan van een dienstbetrekking. Voor de beoordeling van het aandelenbezit is niet van belang dat de formele levering van aandelen aan een aantal andere aandeelhouders pas op 12 oktober 2000 heeft plaatsgevonden, aangezien de beoogde verdeling al eerder duidelijk was. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is de feitelijke situatie doorslaggevend en niet de formele situatie. Het UWV legde correctienota’s op omdat er per 12 oktober 2000 een zodanige wijziging in het aandelenpakket van de werknemer had plaatsgevonden, dat hij per die datum verzekeringsplichtig was geworden. Er heeft zich echter geen wijziging voorgedaan. Het eerste, onjuiste, besluit is genomen op basis van onvoldoende onderzoek naar het bestaan van een gezagsverhouding tussen de werkgever en de werknemer. Dat besluit heeft tot gevolg gehad dat de werkgever een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de werknemer heeft afgesloten. De rechtbank was daarom van oordeel dat het opleggen van de correctienota’s met terugwerkende kracht tot 12 oktober 2000 in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Een werkgever meldde een werknemer per 1 september 2000 aan als verzekeringsplichtige bij het UWV. Het UWV besloot echter op 12 oktober 2000 dat de werknemer vanwege zijn aandelenbelang in de werkgever niet verzekeringsplichtig was. Bij besluit van 7 januari 2004 merkte het UWV de werknemer met ingang van 12 oktober 2000 wel als verzekeringsplichtig aan, hoewel er in de tussenliggende periode niets was gewijzigd. De werkgever verzocht het UWV om de ingangsdatum van de verzekeringsplicht op een latere datum vast te stellen, maar het UWV kwam aan dat verzoek niet tegemoet. Vervolgens legde het UWV correctienota’s op over de jaren 2000 tot en met 2003. Er volgde een procedure over de vraag vanaf welk moment de werknemer verzekeringsplichtig was. De verzekeringsplicht als zodanig stond niet ter discussie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de werknemer vanaf de oprichting van de vennootschap altijd een minderheidsbelang gehad en is hij nooit feitelijk DGA geweest. Er bestond vanaf 1 september 2000 een privaatrechtelijke dienstbetrekking en daarmee vanaf die datum verzekeringsplicht, aangezien deze van rechtswege volgt uit het bestaan van een dienstbetrekking. Voor de beoordeling van het aandelenbezit is niet van belang dat de formele levering van aandelen aan een aantal andere aandeelhouders pas op 12 oktober 2000 heeft plaatsgevonden, aangezien de beoogde verdeling al eerder duidelijk was. Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is de feitelijke situatie doorslaggevend en niet de formele situatie. Het UWV legde correctienota’s op omdat er per 12 oktober 2000 een zodanige wijziging in het aandelenpakket van de werknemer had plaatsgevonden, dat hij per die datum verzekeringsplichtig was geworden. Er heeft zich echter geen wijziging voorgedaan. Het eerste, onjuiste, besluit is genomen op basis van onvoldoende onderzoek naar het bestaan van een gezagsverhouding tussen de werkgever en de werknemer. Dat besluit heeft tot gevolg gehad dat de werkgever een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de werknemer heeft afgesloten. De rechtbank was daarom van oordeel dat het opleggen van de correctienota’s met terugwerkende kracht tot 12 oktober 2000 in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.